De denker met de bas

Ik ben een hard­core fan van Roger Waters. Al veer­tien dagen luis­ter ik elke ocht­end en avond naar zijn laat­ste album Is this the live we real­ly want? in de auto naar en van mijn werk. Het is een rit­je van een half uur. Pre­cies genoeg om het hele album af te spe­len.

Het voelt pret­tig vertrouwd aan zon­der dat het als een over­bod­i­ge her­haaloe­fen­ing over komt. Vooral Ani­mals lijkt een sterke inspi­ratiebron te zijn geweest. Maar bij her­haaldelijk luis­teren ont­dek je steeds meer sub­tiele ref­er­en­ties naar zow­el tekst als muziek­pa­tro­nen uit eerder (solo alsook Pink Floyd) werk.

In de Groene Ams­ter­dammer las ik een tre­f­fende type­r­ing door Leon Ver­don­schot:

Roger Waters for­muleert ideeën, en giet die in muziek. Hij is een denker met een bas, een maatschap­pi­j­criti­cus met een micro­foon.
[Een betere god — De Groene Ams­ter­dammer 21 juni 2017 Jaar­gang 141, Nr. 25]

Hij gebruikt dit om Roger Waters te vergelijken met David ‘de man zon­der eigen­schap­pen’ Gilmour. En ik kan me daar wel in vin­den. Hoe vir­tuoos de gitaar­muziek van Gilmour wel niet is, uitein­delijk ben ik alti­jd veel meer gefasci­neerd gebleven door het uit­ge­spro­ken engage­ment van Waters.

PS. Zoals op elk album is er in een num­mer waarin het gelu­id is ver­w­erkt van een vlieg­tu­ig dat uit de lucht geschoten wordt en neer­stort. In mijn belev­ing is het een protest tegen de waanzin van de oor­log en vormt het als zodanig een eerbe­toon voor zijn vad­er die sneu­velde in WO2.

~ ~ ~

Dwaalwegen — 2 (manen)

Van mijn plan om na terugkomst uit de VS verder te gaan lezen in Zen and the Art of Motor­cy­cle Main­te­nance komt niet veel terecht. Ik bli­jf hangen in 1q84 van Muraka­mi. En ik bli­jf eruit wegdwalen.
Deze keer van­wege de twee manen.
In 1q84 vol­gen we twee ver­haal­li­j­nen die afwis­se­lend verteld wor­den. In de ene is Ten­go (part­time wiskun­del­er­aar, part­time schri­jver) de hoofd­per­soon, en in de andere is dat Aomame (part­time fit­nessin­struc­trice, part­time huur­mo­or­denares). Op een dag merkt Aomame dat de wereld waarin zij leeft niet meer pre­cies aan­voelt als voorheen. Het lijkt alsof er onmerk­baar kleine veran­derin­gen zijn die gelei­delijk aan voor haar zicht­baar wor­den. Tot het moment dat zij zich plots bewust wordt van het feit dat er niet één maar twee manen aan het fir­ma­ment staan:

[…] she began to sense that the night sky she saw above her was some­how dif­fer­ent from the sky she was used to see­ing. The strange­ness of it was sub­tle but unde­ni­able.
Some time had to pass before she was able to grasp what the dif­fer­ence was. And even after she had grasped it, she had to work hard to accept it. What her vision had seized upon, her mind could not eas­i­ly con­firm.
There were two moons in the sky — a small moon and a large one.
[p.246, 1q84, Haru­ki Maruka­mi]

Ook bij Ten­go zien we de twee manen terugkomen. Alleen op een andere manier. Hij beschri­jft ze zelf. Eerst in een man­u­script dat hij redi­geert voor iemand anders, daar­na in zijn eigen roman. Op ver­zoek van zijn uit­gev­er geeft hij extra aan­dacht aan de uitwerk­ing van deze twee manen:

Komat­su raised the hand that had a cig­a­rette tucked between the fin­gers. “Think of it this way, Ten­go. Your read­ers have seen the sky with one moon in it any num­ber of times, right? But I doubt they’ve seen a sky with two moons in it side by side. When you intro­duce things that most read­ers have nev­er seen before into a piece of fic­tion, you have to describe them with as much pre­ci­sion and in as much detail as pos­si­ble. What you can elim­i­nate from fic­tion is the descrip­tion of things that most read­ers have seen.”
[p.216, 1q84, Haru­ki Maruka­mi]

De goede lez­er1 zal direct opmerken dat het citaat met Ten­go zich eerder afspeelt dan het citaat met Aomame. Wat dat pre­cies betekent, daar ben ik nog niet uit.
Het gegeven van de twee manen bli­jft geregeld terugkomen en telkens als ik erover las hoorde ik muziek op de achter­grond. Eerst nog zacht maar gelei­delijk aan luider en herken­baar. De woor­den die erbij hoor­den bleven echter weg.
Tot vanavond. Opnieuw ziet Aomame de twee manen vanaf haar balkon:
One night near the end of July, the thick clouds that had long cov­ered the sky final­ly cleared, reveal­ing two moons. Aomame stood on her apartment’s small bal­cony, look­ing at the sky. She want­ed to call some­one right away and say, “Can you do me a favor? Stick your head out the win­dow and look at the sky. Okay, how many moons do you see up there? Where I am, I can see two very clear­ly. How about where you are?”
[p.427, 1q84, Haru­ki Maruka­mi]
Ik wachtte even met verder lezen omdat ik wist dat de muziek zou komen. Die kwam. Samen met de zang van Roger Waters:

the sun is in the east
even though the day is done
two suns in the sun­set
hmm­m­m­m­m­m­mm
could be the human race is run

Bij­na goed. Geen twee manen maar twee zon­nen. Toch eens opzoeken wat daar nu weer de beteke­nis van is.

twomoons


  1. En plots zit ik weer in Wat we zien als we lezen en wel hierom:
    Dick­ens:
    De man … neemt … zijn dubbelt­je in ont­vangst, gooit het op, vangt het op de rug van zijn hand en verd­wi­jnt.
    Nabokov:
    Dit gebaar, dit éne gebaar, met de toevoeg­ing ‘op de rug van zijn hand’ — iets onbeduidends — maar de man leeft voor alti­jd voort in het hoofd van een goede lez­er.
    […]
    Is het je opgevallen dat Nabokov in de voor­gaande pas­sage aan een ‘goede lez­er’ ref­er­eert?
    [p.138–139, Wat we zien als we lezen, Peter Mendel­sund] 

Alle 60 goed

In mijn blog­plan­nen gaf ik het al aan, en hier istie dan. Mijn top-10 van favori­ete muziekalbums voor het blog van Ruud. Ga er zek­er een kijk­je nemen want er begint zich al een mooie verza­mel­ing van lijst­jes te vor­men. Wat nog leuk­er is, stel zelf een top-10 samen en lever die in bij Ruud. Dat weet hij vast te waarderen.

Mijn eigen top-10 heb ik als vol­gt samengesteld. Allereerst ben ik door al mijn albums gegaan en heb puur op intuïtie alleen die titels ges­e­lecteerd welke ik het afgelopen jaar meerdere keren heb afge­speeld. Of waar­bij ik meteen een warm gevoel kreeg toen ik het album in mijn han­den had. Op die manier kwam ik tot een aan­tal van zes­tig stuks. Er moesten er dus vijftig sneu­ve­len. Dat luk­te me niet. Het luk­te pas toen ik het idee kreeg om alle zes­tig albums de komende tijd op mijn blog in het zon­net­je te zetten. Zodat ze alle­maal de kans kri­j­gen te schit­teren en jul­lie te over­tu­igen dat je ze ook moet gaan beluis­teren (als dat niet al het geval zou zijn). Daar­voor ga ik de maandag gebruiken.

Ik kan niet beloven dat ik elke week een album bespreek. Ook kan het zijn dat ik een keer afwijk van de lijst van zes­tig omdat me ineens een ander album toepas­selijk­er lijkt. Of miss­chien wil ik wel eens over een ander aspect van muziek bloggen. Hoe dan ook, de maandag wordt muziekdag. Bij deze is dat afge­spro­ken.

Dan nu mijn lijst. Eerst de top-10 die ik aan­geleverd heb bij Ruud. En het was echt veel makke­lijk­er om er tien uit te kiezen nu ik wist dat ik ze toch alle zes­tig zou gaan bespreken. De top-10 gaat gepaard met een clip per album. Vaak het in mijn ogen mooiste num­mer. Maar ook dat is arbi­trair. De meeste albums bestaan louter uit mooie num­mers.

Na de top-10 vol­gt een opsom­ming van de overige vijftig num­mers die de lijst com­pleet mak­en.

Op maandag 6 jan­u­ari 2014 wil ik met Muziek­maandag van start gaan. Hoogst­waarschi­jn­lijk ga ik begin­nen met allereerst de albums uit de top-10 te bespreken, maar pin me d’r niet op vast. Ik hoop dat er in ieder geval vol­doende vari­atie in de lijst zit, zodat er voor iedereen op zijn tijd iets te geni­eten valt.

~ ~ ~

TOP-10

Black Dub (2010) – Black Dub
Nomad:

Out of the Blue (1977) – E.L.O.
Step­pin’ out:

Rhythm and repose (2012) – Glen Hansard
Maybe not tonight:

Laagstraat 443 (2005) – J.W. Roy
As ge ooit:

Green­dale (2003) – Neil Young
Carmichael:

The Final Cut (1983) – Pink Floyd
The final cut:

One Nite Alone (2002) – Prince
Joy in rep­e­ti­tion:

San­tana III (1971) – San­tana
Taboo:

One day you’ll dance for me, New York City (2004) – Thomas Dyb­dahl
If we want it, it’s right:

Egyp­tol­ogy (1997) – World Par­ty
Her­cules:

~ ~ ~

EN NOG EENS 5X EEN TOP-10

Down the way – Angus and Julia Stone
The white album – The Bea­t­les
Dust bun­nies – Bet­tie Serveert
Self Por­trait – Bob Dylan
The ghost of Tom Joad – Bruce Spring­steen
Straight from the heart – Car­los Gui­tar­los
Déjà Vu – Cros­by, Stills, Nash & Young
Seaborne West – Daryll-Ann
Orchards/Lupine — DeWolff
Com­mu­nique – Dire Straits

Don­ny Hath­away – Don­ny Hath­away
Weird Scenes inside the gold mine – The Doors
Gate­crashin’ – Eric Vloeimans
Tusk – Fleet­wood Mac
Nurs­ery Cryme – Gen­e­sis
Achter­land – Ger­ard van Maasakkers
Jazzmatazz, Vol 1 – Guru
She – Har­ry Con­nick, Jr.
Israel Nash’s Rain plans – Israel Grip­ka Nash
Run­ning on emp­ty – Jack­son Browne

Rainy Day Music – The Jay­hawks
Grace – Jeff Buck­ley
Elec­tric Lady­land – Jimi Hen­drix
John­ny Cash at San Quentin – John­ny Cash
The Köln Con­cert – Kei­th Jar­rett
Once I was an eagle – Lau­ra Mar­ling
Led Zep­pelin IV – Led Zep­pelin
Ten new songs – Leonard Cohen
Josephine – Mag­no­lia Elec­tric Co.
Paper walls – Marc Cohn

Push the sky away – Nick Cave
Pen­ta­ton­ic Wars and Love Songs – Otis Tay­lor
22 Dreams – Paul Weller
Stadtaffe – Peter Fox
Polichinelle – The Prayer Boat
Cal­i­for­ni­ca­tion – Red Hot Chili Pep­pers
Wind om het huis – Ricky Koole
The pros and cons of hitch­hik­ing – Roger Waters
Ash­es & Fire – Ryan Adams
Dia­mond Life — Sade

Uni­ver­sal Moth­er – Sinéad O’Connor
Lib­er­a­tion – Smoke Feath­ers
Spin­vis – Spin­vis
Katy lied – Steely Dan
Songs in the Key of Life – Ste­vie Won­der
Laugh­ing Stock – Talk Talk
Achtung Baby – U2
A night in San Fran­cis­co – Van Mor­ri­son
Fisherman’s Blues – The Water­boys
Wolf­moth­er – Wolf­moth­er

~ ~ ~

De muur

thewall1

Vri­jdag vierde hij zijn 70ste ver­jaardag en gis­ter­avond stond Roger Waters alweer in de Ams­ter­dam Are­na. The show must go on. En hoe! We kwa­men voor spek­takel en hebben spek­takel gekre­gen.

Al drie jaar toert Waters rond de wereld om de rock­opera ‘The Wall’ uit te voeren. Was de show in april 2011 al over­weldigend toen we kaart­jes had­den weten te bemachti­gen voor het Gelre­dome, deze keer leek het alle­maal nog grootser. Het was geni­eten van de eerste tot de laat­ste min­u­ut. Door­dat de muziek uit alle hoeken en gat­en leek te komen, was het con­tinu oplet­ten om niet ergens een visueel aspect te mis­sen. Want zoals gewoon­lijk bij Waters speelt de per­for­mance zich niet alleen op het podi­um af.

Een belan­grijke rol is weggelegd voor de muur zelf. Voor wie niet bek­end is met het con­cept van ‘The Wall’ kan ik het als vol­gt samen­vat­ten:

  • eerst wordt er een muur gebouwd
  • daar­na wordt er een muur afge­bro­ken

thewall2

Het mooie is dat deze muur hele­maal onderdeel is gewor­den van de show. Con­tinu wor­den er beelden gepro­jecteerd op de witte ste­nen. Beelden die dan weer dienen als een uit­brei­d­ing van het decor en een andere keer close-ups lat­en zien van de uitvo­erende arti­esten. Heb je geen ver­rek­ijk­er meer nodig in de sta­dion­hal wan­neer je de pech hebt nogal ver ver­wi­jderd te zijn van het podi­um.

Het con­cert zelf vol­gt nog steeds trouw de vol­go­rde van het oor­spronke­lijke album ‘The Wall’ uit 1979 door Pink Floyd toen Roger Waters nog deel uit­maak­te van deze rock­band. Wel is er af en toe ruimte voor nieuwe inter­pre­taties door Waters van som­mige num­mers. Dat is ver­fris­send en maakt het geheel nog tijd­loz­er. De klassiek­er die iedereen kent is natu­urlijk ‘Anoth­er brick in the wall’, wat voor deze gele­gen­heid gezon­gen wordt door een plaat­selijk kinderkoor (een tra­di­tie die over­al plaatsvin­dt waar de toerkar­avaan neer­strijkt):

The Wall’ is gro­ten­deels door Roger Waters zelf geschreven en gaat voor­namelijk over (aller­lei) angst(en) en het onver­mo­gen tot com­mu­niceren. Het ver­haal van de (jonge)man die zich gelei­delijk verder afs­luit voor de wereld om hem heen tot­dat er iets in hem knapt, is sterk auto-biografisch. Door de jaren heen zijn de thema’s echter uni­versel­er gewor­den. Nog alti­jd staat het indi­vidu cen­traal, maar nu als slachtof­fer van oor­log, armoede en uit­buit­ing. Waar­bij de schuld steev­ast bij cor­rupte regerin­gen (“Moth­er, should I trust the gov­ern­ment” wordt er gezon­gen, ter­wi­jl op de muur ‘No Fuck­ing Way!’ ver­schi­jnt) en multi­na­tion­als ligt. Zelf zegt hij er in 2010 het vol­gende over bij de start van de tournee.

Voor mij is het album echter alti­jd ver­w­even met de gelijk­namige film waarin Bob Geld­of de hoof­drol speelt. Hoogst­waarschi­jn­lijk (bedenk ik me nu) omdat een oom van mij in diezelfde tijd op een nacht flink door­draaide en zijn apparte­ment aan gruzele­menten sloeg nadat zijn vrouw hem had ver­lat­en, kwam het me nogal dicht op de huid. Lange tijd heb ik het niet aange­durfd om som­mige num­mers in m’n een­t­je op de koptele­foon te beluis­teren, bang dat ik er op de een of andere manier men­tale schade door zou oplopen. De afs­luiter op kant 2 van de eerste LP (wat raar om dit zo op te schri­jven) vond ik angstaan­ja­gend deprimerend hoe met die laat­ste, aan het eind afge­bro­ken ‘Good­bye’ de ik-per­soon onbereik­baar is gewor­den.

Good­bye cru­el world
I’m leav­ing you today
Good­bye
Good­bye
Good­bye
Good­bye all you peo­ple
There’s noth­ing you can say
To make me change
My mind
Good­bye

De muur is dicht. Alle con­tact is ver­bro­ken.

thewall3

Na de pauze gaat het van slecht tot erg­er. Wat de the­matiek betre­ft, ten­min­ste. De con­touren van een dic­ta­to­ri­ale samen­lev­ing begin­nen zich in het almaar veran­derende decor te ver­to­nen. Wat ik tre­f­fend vind is dat de muur die ooit opgetrokken werd door het indi­vidu ‘Pink’ om zich van alles en iedereen af te sluiten, nu ingezet wordt om actief een geheel volk in te sluiten en te onder­w­er­pen.

thewall4

Dit is het moment in de show waar alle reg­is­ters opengetrokken wor­den. En waar zich nog nadrukke­lijk­er doet voe­len dat de Ams­ter­dam Are­na geen rock­tem­pel is. Hoewel de muziek vanaf de plaats waar wij zat­en fan­tastisch klonk, ging het her­haaldelijk mis zodra er gezon­gen werd. Dan begon het gelu­id zodanig te ver­vor­men dat de tek­sten niet meer te vol­gen waren. Hoe hoger op de tri­bunes des te scheller het geheel werd, zo kreeg ik van ver­schil­lende bezoek­ers te horen. En dat is jam­mer voor zo’n groots opgezette show. Daar­voor waren we niet gekomen…

~ ~ ~

Bundel2010 — Adrenaline

Run Rab­bit Run is a song writ­ten by Noel Gay and Ralph But­ler:
On the farm, every Fri­day
On the farm, it’s rab­bit pie day.
So, every Fri­day that ever comes along,
I get up ear­ly and sing this lit­tle song
Run rab­bit — run rab­bit — Run! Run! Run!
Run rab­bit — run rab­bit — Run! Run! Run!
Bang! Bang! Bang! Bang!
Goes the farmer’s gun.
Run, rab­bit, run, rab­bit, run.
Run rab­bit — run rab­bit — Run! Run! Run!
Don’t give the farmer his fun! Fun! Fun!
He’ll get by
With­out his rab­bit pie
So run rab­bit — run rab­bit — Run! Run! Run!

The lyrics were used as a defi­ant dig at the alleged­ly inef­fec­tu­al Luft­waffe. On 13 Novem­ber 1939, soon after the out­break of the Sec­ond World War and also soon after the song was pre­miered, Ger­many launched its first air raid on Britain, on fly­ing boats that were shel­ter­ing in Sul­lom Voe, Shet­land. Two rab­bits were sup­pos­ed­ly killed by a bomb drop, although it is sug­gest­ed that they were in fact pro­cured from a butch­ers’ shop and used for pub­lic­i­ty pur­pos­es. Until recent­ly, the song was a pop­u­lar nurs­ery rhyme still sung by chil­dren in many parts of Britain, although its pop­u­lar­i­ty has declined sub­stan­tial­ly over the past few decades. The song lat­er influ­enced one by the pop­u­lar band Pink Floyd. The first track on the album The Dark Side of the Moon, “Speak to Me/Breathe”, includ­ed the lyrics “Run, rab­bit. Run”. [bron: wikipedia]

En in 2010 is het de titel van mijn inzend­ing voor Bundel2010.
De opdracht was om een span­nend ver­haal van max­i­maal 1500 woor­den te schri­jven, en het heeft de jury behaagd mijn inzend­ing goed te keuren.

In de ver­halen­bun­del met de titel ‘Adren­a­line’ zullen bij­dra­gen van zestien schri­jvers staan. Hieron­der vol­gen ze op een rijt­je en waar dat mogelijk is zijn ze aan te klikken en kom je op de weblog dan wel de Hyves van de auteur terecht:

Adri­aan Bon­te­bal
Har­ry Zeven­ber­gen
Nor­ma de Jong
Peter Pel­lenaars
Han­sje Hard­en­berg
Nils Schri­jvers
Karel Kan­its
Jim Keule­mans
Arin­ka Lin­ders
Roe­lande van Wagenin­gen
Luna
Carel de Mari
Ellen Kiel
Jol­ka de Jong
Heleen van der Kemp
Theo van Rijn

De ver­halen gaan nu naar de redac­teur en dan ontstaat er een ping­pong­wed­stri­jd­je tussen hem en de auteur. Uitein­delijk bli­jft er een (bij­na) per­fect ver­haal over. De vorderin­gen zijn te vol­gen via de Bundel2010 en daar kan je natu­urlijk gewoon lid van wor­den.

Bin­nenko­rt zal ik mijn inzend­ing hier plaat­sen.

~ ~ ~

Middag

Een lome lam­lendig zich ein­de­loos voort­slepende mid­dag. Geen beweg­ing in de dag te kri­j­gen. Verveling over­heerst. Uren zijn traag voor­bi­jge­gle­den sinds je om kwart over drie voor het laatst op de klok keek. Toch is het nu nog steeds geen half vier.

Het grote verve­len. (nee, niet vervellen).

Zo ken­merk­end voor de lange schoolvakanties uit mijn jeugd.
Alti­jd was daar wel een dag (of reeks van dagen) waarin je gewoon­weg niet meer wist wat te doen.
Een hol­i­day­block.
Alles was saai. Ner­gens had je zin in. Niets kon je motiv­eren om op te staan van de plek waar je neergeze­gen was. Zek­er niet het geforceerde gezel­lighei­d­sof­fen­sief van je moed­er die je weer aan de gang probeerde te kri­j­gen. Of liev­er nog, naar buiten.

Om ruzie te voorkomen ging je naar je kamer. Waar je de rest van de dag wegverveelde. Zon­der dat je er spi­jt van had. Zo was je daar niet mee bezig. Het was de tijd van zorgeloos tijd­ver­doen. Je leefde in het nu.
Nu was saai.
Nu keek je naar het pla­fond. Uit het raam. Op alles neer.
Het maak­te niet uit. Er was niets ver­loren. Geen besef van tijd.

Je zet maar weer eens een plaat­je (van die ronde zwarte schi­jven) op.
Pakt de hoes erbij om de tekst te vol­gen.

Tick­ing away the moments that make up a dull day’
(herken­baar)

You are young and life is long and there is time to kill today’
(zo is dat)

And then one day you find ten years have got behind you’
(huh!?)

No one told you when to run, you missed the start­ing gun’
(hoe­zo?)

Weg met de zorgeloosheid. Je bent al te laat. Het start­sein gemist.

Ineens zoveel te doen. (ik heb nog zoveel te doen; ik moet…)

Je jeugd is voor­bij. Zorgeloos verve­len is voor jou niet meer weggelegd.
Voor­taan alti­jd dat sluimerend besef van schaamte. Het gevoel betrapt te kun­nen wor­den als je even niets doet. Kna­gend besef dat aller­lei zaken/dingen op je liggen te wacht­en. Uit­s­tel van.

Bin­nenko­rt breekt voor de meesten weer de zomer­vakantie aan. Hopelijk is er voor som­mi­gen toch nog een puur verveel­mo­ment weggelegd. Voor de rest zal het hoo­gu­it de tijd van het grote vervellen zijn.

Mid­dag

Ik zit aan ’t raam

Een paard kijkt stil naar bin­nen.
De vrouwen groeien in het licht
als lijzig wier.
De zon hangt laag en zwaar.
Ik denk een naam
en zie een machtig zwamgezicht.
De klok slaat vier.
De mid­dag rolt zich als een dier
ineen.

Paul Rodenko (1920–1976)
uit: Gedicht­en (1951)