Tussen de muziek – NSJ2011 zondag 10 juli

13.00 uur:
Een uur voor­dat de poort­jes open­gaan arriveer ik bij Ahoy. Mijn par­keer­plaats van gis­ter onder de let­ter B is nog vrij. Opnieuw een déjà-vu gevoel. Eerder ook al onder­weg bij de afs­lag Andelst. Gis­ter ging ik daar op de rem omdat ik mijn toe­gangskaart­je was ver­geten, van­daag moest de rem er op van­wege een over­stek­ende moed­ereend met kuiken­t­jes. In bei­de gevallen zat ik plot­sklaps op de afrit. Bove­naan het viaduct gekomen kon ik nu naar bene­den en door­ri­j­den richt­ing Rot­ter­dam.

13.30 uur:
Dit­maal geen trom­mel­groep om de wacht­ti­jd op te vrolijken, maar een blaas­band die voor­namelijk Hon­gaarse zige­uner­muziek speelt. Er is nog niet veel pub­liek op het plein en de band houdt het snel voor gezien. De front­man die met een sterk Bel­gisch accent spreekt, bedankt ons en geeft aan over een half uur een nieuw optre­den te ver­zor­gen. Hopelijk met meer toeschouw­ers. Al die tijd heeft er een jonge vrouw naast mij op de grond gezeten, driftig tikkend op haar mobielt­je. Wan­neer de band niet verder speelt, springt ze op en begint luid te applaud­is­seren. Gelukza­lig kijkt ze naar mij om uitvo­erig uit de doeken te doen hoe intens deze muziek wel niet is. Wat het los­maakt bij je. Hoe het je terugvo­ert naar je oor­sprong. Als ik een reac­tie wil geven ziet ze dat er een nieuw bericht op haar mobiel is bin­nengekomen. Zon­der verder nog iets te zeggen laat ze zich op de grond zakken om weer in haar virtuele social media wereld te verd­wi­j­nen.

14.30 uur:
Voor de poort­jes sta ik in de rij te wacht­en tot ze open­gaan. Achter mij staat een hip gek­lede oud­ere vrouw op en neer te hup­pe­len. Ik vraag haar of ze al voor­pret heeft voor wat er alle­maal te wacht­en staat van­daag. Ook, zegt ze, maar voor­namelijk moet ze naar het toi­let. Na een autorit vanu­it Fries­land kan ze het nu bij­na niet meer ophouden. Wan­neer ik haar wil vertellen dat ze dan beter na de poort­jes een stuk­je door kan lopen richt­ing Maas-zaal, onder­breekt ze me. Als trouw NSJ-bezoek­ster is ook zij op de hoogte van een aan­tal toi­let­ten waar je niet een uur in de rij hoeft te staan. Spe­ci­aal voor het optre­den van Tom Jones heeft ze een extrav­a­gante slip meegenomen die ze op het podi­um wil gooien. Dat komt nu goed uit, mocht ze per ongeluk in haar broek plassen. Ze durft niet te hard te lachen om haar eigen grap­je.

15.15 uur:
Ik sta vooraan in afwacht­ing van Kyte­man. Naast me een man die ik gis­ter ook al een paar keer meen te hebben gezien. Hij heeft het­zelfde. Als twee oude vrien­den die elka­ar al jaren ken­nen rak­en we in een geanimeerd gesprek over onze geza­men­lijke liefde voor muziek. Kort voor­dat het con­cert begint vertrouwt hij me toe dat hij nor­maal alti­jd met zijn dochter gaat. Die kan er dit jaar helaas niet bij zijn. Als ik in zijn ogen kijk durf ik niet naar de reden te vra­gen. “Je kunt het niet delen, he. Hoe je het ervaart. Wat het met je doet. De muziek. Daarom praat ik nu tegen iedereen aan. Dat deed ik anders nooit. Dan had ik genoeg aan mijn dochter.” Hij heeft een rugzak bij zich die voor zijn voeten op de grond staat, tegen het hek­w­erk. Tij­dens het con­cert haalt hij er een blik­je Grolsch uit.

 

Kyte­man Jam­ses­sion — NSJ2011 from Peter Pel­lenaars on Vimeo.

17.15 uur:
Na de Jam­ses­sions van Kyte­man kondigt hous­es­peak­er Ray­man de exen­trieke Dr John aan als de vol­gende arti­est. De zaal loopt langza­am leeg en ik haal een brood­je been­ham. Wan­neer ik op mijn gemak terug wan­del is er nog vol­doende ruimte vooraan bij het podi­um. Ik installeer me tussen een groep­je van vier scholieren aan de rechterkant en twee vrien­den  met kaart­jes voor Prince aan de link­erkant. De scholieren zijn ver­wikkeld in een dis­cussie over Mark Zucker­berg en de begin­jaren van Face­book. Ze vra­gen of ik de film The Social Net­work heb gezien en wan­neer ik een beves­ti­gend antwo­ord geef mag ik als schei­d­srechter fun­geren in hun dis­pu­ut. Omdat ik ‘er uit zie alsof ik er ver­stand van heb’. Wan­neer The Low­er 911 opkomt, oftewel de band van Dr John, hoor ik een van de man­nen links van me zeggen dat hij het maar een vreemde begelei­d­ing vin­dt voor Dr Dre. Zijn vriend schi­et in de lach.

18.30 uur:
Het optre­den van Dr John woon ik niet tot het einde toe bij. Ik wil ruim op tijd aan­wezig zijn in de Con­go-tent waar Black Dub een optre­den geeft. Hier­door kri­jg ik nog een half uurt­je mee van Mavis Sta­ples. Ze weet van geen ophouden en men moet haar er op wijzen dat de vol­gende groep al klaar staat. Een poging om die groep aan te kondi­gen slaagt maar half omdat Mavis hun naam ver­geten is. Wan­neer haar de juiste naam inge­fluis­terd wordt verzucht ze dat ze in ieder geval nog wist dat het ‘some­thing black’ was. Ik geloof niet dat ze ooit geho­ord had van Black Dub of Daniel Lanois.

19.30 uur:
Ook deze keer lukt het me weer een stoel te bemachti­gen op de eerste rij. De man naast mij gezeten blijkt een Engels­man te zijn. Hij komt uit Portsmouth. Wan­neer ik hem ver­tel over mijn bezoek onlangs aan Bogn­or ‘Bor­ing’ Reg­is kan ik niet meer stuk. Hij blijkt al jaren naar het fes­ti­val te komen en logeert dan bij Ned­er­landse vrien­den die hij heeft leren ken­nen in Peru. Op vakantie aldaar wilde hij de voet­bal­wed­stri­jd Ned­er­land-Schot­land zien. De enige andere per­soon in de hotel­bar was een Ned­er­lan­der. De vriend­schap was onder het genot van enkele biert­jes snel ges­loten. Vol trots laat hij me zijn oran­je t-shirt zien. Vorig jaar gekocht toen de finale van het WK gespeeld werd op de laat­ste dag van North Sea Jazz. Hij was voor Ned­er­land. Ook hij had nog nooit geho­ord van Black Dub. Wel van Bri­an Blade op drums en Daniel Lanois. Niet van Trix­ie Whit­ley. Hij hoopt dat het niet te funky gaat wor­den, maar dat er een goede groove is. Want dan gaat hij de cd kopen. Halver­wege het con­cert pakt hij me met bei­de han­den bij de schoud­ers en schudt me hevig door elka­ar. Van dicht­bij bezweert hij me dat hij verkocht is. En ver­liefd op Trix­ie Whit­ley.
Hij ook al…

21.15 uur:
Na afloop van Black Dub ben ik uit­ge­hongerd. Met een bord vol schuif ik aan bij een groep­je oud­ere jon­geren. Het zijn doorgewin­ter­de jazz-ken­ners die de ene na de andere anec­dote vertellen. Ik geni­et van de ver­halen en het eten. Wan­neer ik aanstal­ten mak­en om op te stap­pen bedank ik hen voor het enter­tain­ment. De oud­ste uit de groep heeft nog een goed advies: “Als jij nou ook elk jaar trouw het fes­ti­val bli­jft bezoeken jon­gen, dan kun je lat­er ook sterke ver­halen aan je kleinkinderen vertellen.” Ik bedank hen nog­maals en baan me een weg naar de zaal waar Gotan Project op gaat tre­den.

22.30 uur:
Het laat­ste con­cert van de avond waar ik naar toe ga is dat van het Bran­ford Marsalis Quar­tet. Het is al afge­laden vol, maar bij toe­val kri­jg ik een zit­plaats aange­bo­den op de tri­bune achter in de zaal. Ook nu weer een ervaren NSJ-bezoek­er naast mij. Al sinds 1980 is hij elk jaar op het fes­ti­val te vin­den. Hoewel erg kri­tisch is de edi­tie van 2011 hem niet tegen gevallen. Wel is het anders gelopen dan hij ingeschat had. De vri­jdag, waar hij hoge verwachtin­gen van had, viel tegen. De zater­dag en zondag waren top. Nu is hij benieuwd naar Bran­ford Marsalis, want die had er in zijn ogen/oren vorig jaar een pot­je van gemaakt. Of ik dat ook vond? Ik moet beken­nen dat het mijn eerste ken­nis­mak­ing met Bran­ford is. Vol ongeloof staart hij me enkele minuten zwi­j­gend aan. Na afloop van het con­cert felici­teert hij me. Een betere ken­nis­mak­ing had ik me niet kun­nen wensen. Ik ben het volkomen met hem eens. Tijd om naar huis te gaan.

 

De mensen van North Sea Jazz from nrc.nl on Vimeo.

Alle foto’s heb ik zelf gemaakt. Alle obser­vaties heb ik zelf gedaan. Alle gevol­gtrekkin­gen heb ik zelf getrokken.
Een ver­slag van zater­dag 9 juli staat hier.
Bezoek de spe­ciale web­sites van NRC en Radio6 voor uit­ge­brei­de sfeer­im­pressies van North Sea Jazz en prachtige foto’s.

~ ~ ~

Tussen de muziek — NSJ2011 zaterdag 9 juli

14.30 uur:
Ruim op tijd ben ik bij Ahoy. De auto staat zo goed als op het fes­ti­val­ter­rein gepar­keerd. Het is nog niet druk en ik besluit om voor een lunch te gaan in winkel­cen­trum Zuid­plein. In de gelijk­namige brasserie word ik geholpen door een energieke vrouw op leefti­jd. Moed­er­lijk geeft ze me een klap op de schoud­er wan­neer ik verontschuldigend verk­laar uit Bra­bant te komen bij mijn tweede poging om een brood­je te bestellen. “Ach jon­gen, we hebben alle­maal onze gebreken,” voegt ze er aan toe. De warme brie met noten is er niet min­der smake­lijk om.

15.30 uur:
Op het plein voor Ahoy speelt een drum­band bestaande uit louter jon­geren. Hun ent­hou­si­asme werkt aansteke­lijk en na het optre­den delen ze fold­ers uit. “Ja, dat kun­nen ze goed. Muziek mak­en.” Uit­spraak van een dik­buikige man op fiets die naast mij staat. De muzikan­ten zijn donkergek­leurd, hijzelf is voorzien van een roodgek­leurde witte huid. Het fold­ert­je pakt hij aan voor­dat hij weer verder fietst om het daar­na van zich weg te wer­pen.

16.30 uur:
De poorten gaan open. Vlot­jes gaat de doorstro­ming. Na de scan van het tick­et staat er een haag van secu­ri­ty per­son­eel. Een vrouw voor mij stelt zich min of meer uitda­gend met gesprei­de benen en armen op bij een fors gebouwde beveiliger. Ze doet een ver­zoek om gefouilleerd te wor­den. Haar vriendin­nen kijken toe. De man lacht en pakt haar tas die hij uit­ge­breid bin­nen­ste buiten keert.

17.00 uur:
Ik ben van plan om naar het optre­den van Ser­gio Mendes te gaan, maar bli­jf hangen in de Maas-zaal waar de band van Amadou & Mari­am op het punt staat te begin­nen. Ik neem me voor om een aan­tal num­mers te bli­jven en dan door te lopen voor het con­cert van Ser­gio Mendes. Voor ik het weet zijn we ruim een uur verder en sta ik nog steeds in de Maas-zaal.

19.00 uur:
In dezelfde zaal is hier­na het con­cert van Kyte­crash, de gele­gen­hei­d­scom­bi van Col­in ‘Kyte­man’ Ben­ders en Eric Vloeimans. Ik ga wat te drinken halen en zoek een plek uit dicht bij het podi­um. Men is volop bezig met de sound­check. Zow­el Col­in als Eric zijn gecon­cen­treerd bezig. Naast mij staat een stel waar­van de vrouw wil weten wie van de twee Kyte­crash is. Ze hebben niets met NSJ, maar bezoeken het fes­ti­val dit jaar van­wege Prince. Ze zijn niet de eni­gen. Lat­er, tij­dens het con­cert vertrekken ze al na een kwartiert­je. In totaal had­den ze al min­i­maal vijfen­twintig optre­dens van Prince bezocht. Er was er niet een­t­je tegengevallen, verzek­er­den ze me bei­den. En alle­maal waren ze anders. Nooit het­zelfde. Wat goed uitk­wam, want ze hield­en van ver­rassin­gen en exper­i­menteren in de muziek. Blijk­baar was dit optre­den hen te saai en/of voor­spel­baar.
Quote van de avond kwam trouwens van een vrouw achter mij die teleurgesteld uitriep dat Vloeimans van broek gewis­seld had. Dat vond ze jam­mer, want die gele broek, ‘die stond ‘m goed!’

20.15 uur:
Na Kyte­crash haast ik me naar de Con­go-tent waar Otis Tay­lor al begonnen is met zijn rauwe blues-sessie. Er staan stoelt­jes opgesteld die alle­maal al bezet zijn. Ron­dom staat het vol met pub­liek. Ik wring me naar voren om beter zicht te kri­j­gen op de muzikan­ten. Otis zelf biedt een helpende hand door onverwacht back­stage te gaan om wat lat­er plot­sel­ing aan de zijkant van de tent naar bin­nen te wan­de­len spe­lend op zijn mond­har­mon­i­ca. Iedereen draait zich om en probeert zo dicht mogelijk bij de man te komen. Ik maak van de gele­gen­heid gebruik om een plaat­sje te bemachti­gen bij het podi­um. In de band speelt een lenige vio­liste die er schik in heeft haar benen tij­dens het spe­len hoog in de lucht te gooien. Of flink met haar billen te schud­den. Nogal oncon­ven­tion­eel. Na het optre­den haal ik wat te eten en zoek een leeg tafelt­je op. Al snel komt er een groep­je van vier (twee vrouwen, twee man­nen) aan­schuiv­en. De man­nen zijn onder de indruk ger­aakt van de vio­liste. Luidop bespreken ze hoe geweldig het wel niet moet zijn om zo’n soe­pele meid in bed te hebben. De vrouwen zuigen onver­stoor­baar aan hun cock­tails.

22.00 uur:
Na het eten twi­jfel ik welke arti­est nu op te zoeken. Uitein­delijk kies ik voor John Scofield maar ver­gis me in de zaal. Wan­neer ik een mooie zit­plaats in (opnieuw) de Con­go-tent heb gevon­den blijkt dat daar Roy Ayers, Pete Rock & The Robert Glasper Expire­ment optre­den. Voor mij totaal onbek­end maar ik bli­jf zit­ten waar ik zit (de ver­moei­d­heid begint toe te slaan). Tij­dens de sound­check gaat de vrouw die naast mij zit naar het podi­um en begroet uiterst jovi­aal naar wat lat­er Robert Glasper blijkt te zijn. Haar schoonzoon maakt een foto van hen bei­den. Ze blijken elka­ar van vroeger te ken­nen. Opge­groeid in dezelfde wijk, zo hoor ik haar lat­er vertellen tegen een groep­je jalo­erse fans wan­neer ze weer heeft plaatsgenomen. Op bezoek bij haar dochter die nu in Ned­er­land woont, besloot ze ook het jazz-fes­ti­val te bezoeken. Vooral van­wege haar held Roy Ayers, en groot was haar ver­rass­ing toen die bleek op te tre­den met Robert Glasper. Haar avond kan niet meer stuk. Luid­keels zingt ze alle lied­jes mee. Tek­st­vast en met heldere stem.
Het optre­den begon veel te laat omdat de saxofonist/toetsenist van Robert Glasper eerst geen gelu­id uit een key­board kreeg, en er ver­vol­gens geen reserve instru­ment voorhan­den was. Toen de band noodged­won­gen met spe­len begon, stond hij erbij met een blik die kon doden. De road­ies had­den zich al schielijk teruggetrokken. Na het eerste num­mer kwam de 70-jarige Roy Ayers op met in zijn han­den het bewuste key­board. Er werd veel gelachen en op schoud­ers ges­la­gen, maar mij werd niet geheel duidelijk of de saxofonist/toetsenist het grap­je kon waarderen. Als het al een grap­je was.

23.30 uur:
Op de tweede ring, die voor deze gele­gen­heid toe­ganke­lijk is gemaakt voor het pub­liek zie ik een spring in ’t veld op het podi­um uit haar dak gaan: Selah Sue. De Maas-zaal is bomvol. Voor mij staat een les­bisch stel elka­ar van top tot teen af te likken. Af en toe kijken ze elka­ar in de ogen en fluis­teren hoeveel ze van elka­ar houden. Ik kri­jg honger en scoor een ham­burg­er.

00.00 uur:
Het con­cert van Can­dy Dulfer is al begonnen. Ook hier is het drin­gen tot in de ver­ste uithoeken van de zaal. Met een cola maak ik het mezelf gemakke­lijk achter in de zaal. Op de scher­men is het optre­den goed te vol­gen. Maar ik heb meer oog voor het vele volk wat voor­bij komt gelopen. Velen zijn op weg naar de zaal waar Prince rond 01.00 uur zijn opwacht­ing zal mak­en. Er wordt over niets anders gespro­ken. Op de tri­bune achter mij zit een man zich te erg­eren aan het vele rumo­er. Om de zoveel tijd laat hij een geërg­erd ‘sssttt’ horen. Het maakt geen indruk. Hoo­gu­it op de man naast hem, die telkens als antwo­ord “Ja ja, nou weten we het wel” geeft. Tijd om naar huis te gaan.

De mensen van North Sea Jazz from nrc.nl on Vimeo.

Alle foto’s heb ik zelf gemaakt. Alle obser­vaties heb ik zelf gedaan. Alle gevol­gtrekkin­gen heb ik zelf getrokken.
Een ver­slag van zondag 10 juli staat hier.
Bezoek de spe­ciale web­site van NRC en Radio6 voor uit­ge­brei­de sfeer­im­pressies van North Sea Jazz en prachtige foto’s.

~ ~ ~