50books — jaar 2015 — vraag 2

Deze blog­post is deel 2 van 49 in de serie 50books — 2015

In deze week van de ver­schrikke­lijke ter­reuraanslag op de redac­tie van Char­lie Heb­do in Par­i­js moest ik denken aan de fat­wa die jaren gele­den uit­ge­spro­ken werd over het boek De duiv­elsverzen door Salman Rushdie. Wat ik toen al meteen ver­war­rend vond in de hele con­tro­verse was dat men de han­delin­gen van de roman­per­son­ages recht­streeks pro­jecteerde op de schri­jver. Met andere woor­den, omdat fic­tief per­soon A zegt dat god niet bestaat, wordt het schri­jver C ver­weten dat die fic­tief per­soon A heeft opgevo­erd en zulke ver­schrikke­lijke din­gen laat zeggen. Ondanks dat schri­jver C ook per­soon B aan het woord laat komen die het niet eens is met per­soon A.

Dat is toch niet logisch?

Maar het is natu­urlijk com­plex­er. Want schri­jver X kan ook een per­soon X verzin­nen die aller­lei con­tro­ver­siële uit­sprak­en in het boek doet waar­van het miss­chien erg duidelijk is dat schri­jver X soort­gelijke ideeën heeft. De roman kan zo dienen om onwel­geval­lige menin­gen te ven­til­eren onder de dek­man­tel van fic­tie. Mag dat? Voor wat betre­ft het god­slaster­lijke aspect is er in Ned­er­land al een lange dis­cussie gaande om deze wet aan te passen. Maar het hoeft niet alti­jd zo ver te gaan dat er wet­ten wor­den overtre­den of reli­gies beledigd.

Afgelopen week las ik De barmhar­ti­gen door Koen van Wiche­len voor de blog­tour die zijn uit­gev­er had geor­gan­iseerd. In deze roman mak­en we ken­nis met het fic­tieve per­son­age David Sores. Werk­loos gewor­den besluit hij een boek te schri­jven over zijn vad­er die na een lange lij­densweg in het zieken­huis komt te over­li­j­den. Sores rekent genade­loos af met zijn fam­i­lie en geboortestreek wat hem vanzelf­sprek­end niet in dank wordt afgenomen. Ook hier lijdt het tot fysiek geweld tegen de schri­jver. David Sores verdedigt zich keer op keer door te ver­wi­jzen naar het fic­tieve karak­ter van wat hij heeft geschreven:

… Mijn boek is fic­tie. Dat schi­jnt iedereen te ver­geten. Ik heb een roman geschreven, geen rap­port of een ver­slag in de krant. Mijn boek bevat de waarheid niet en pre­tendeert dat ook niet. Het is lit­er­atu­ur. Je mag het vooral niet let­ter­lijk nemen.’
[p.180, De barmhar­ti­gen]

Ik heb al ooit de vraag gesteld in hoev­erre je als lez­er reken­ing moet houden met de fic­tieve per­son­ages die opgevo­erd wor­den door een schri­jver. Daar wil ik nu niet naar toe. Van­daag ben ik benieuwd om te horen hoe jul­lie denken over het boek als kunst­werk en wat de gren­zen zijn die gesteld mogen of kun­nen wor­den aan wat er te berde wordt gebracht.

vraag 2:
Is in een lit­erair werk alles geoor­loofd omdat de han­delin­gen zich afspe­len in een uni­ver­sum waar andere of geen wet­ten gelden?

Denk jij dat een roman los staat van onze dagelijkse realiteit en de schri­jver er straf­feloos op los kan fan­taseren? Bestaat er dan in jouw ogen geen gevaar dat lit­er­atu­ur gebruikt kan wor­den als bijvoor­beeld een ide­ol­o­gisch pam­flet of om mensen op te hit­sen? Of heb je het idee dat een roman uitein­delijk als prod­uct gelezen gaat wor­den door reëel bestaande mensen en dat je daar als schri­jver alti­jd reken­ing mee moet houden? Maar hoe is dat mogelijk bij zoveel diver­siteit en opvat­tin­gen?

Suc­ces bij deze vraag over een ingewikkelde en tevens hoogst actuele materie waar ik zelf ook elke keer opnieuw in vast dreig te lopen. Zoals alti­jd ben ik heel benieuwd naar jul­lie opvat­tin­gen.

2015vraag2
bug­paste | pho­topin cc

~ ~ ~