Hier blijf ik naar luisteren

Deze blog­post is deel 24 van 43 in de serie Een per­fecte dag voor lit­er­atu­ur

Stem­men. Alti­jd wan­neer ik langs een flat­ge­bouw kom (bij voorkeur tij­dens de inval­lende duis­ter­n­is wan­neer de eerste licht­en aan­gaan) stel ik me voor wat er aan ver­halen schuil­gaat achter de vele iden­tieke deuren die de bewon­ers voor mij ver­bor­gen houden. Hoe is hun dag geweest? Wat zijn ze nu aan het doen? Zien ze de toekomst met vertrouwen tege­moet? En de meest intrigerende vraag van alle­maal: Wie zijn het die ik niet kan zien maar van wiens lev­en ik me soms een voorstelling probeer te mak­en?

Eigen­lijk was dit An d’r stad, ik heb me er nooit thuis gevoeld. Het waait hier alti­jd, dat komt door die hoge gebouwen die of nieuw zijn of lelijk of alle­bei.
[p.177, Hier bli­jf ik]

Ergens vind ik het wel jam­mer dat we geen hond meer hebben. Tij­dens de ver­plichte avond­wan­del­ing was er niets zo inspir­erend dan een route te kiezen die me langs de (helaas bij ons spo­radisch) aan­wezige hoog­bouw bracht waar ik me dan een tijd­lang kon ver­plaat­sen in dat­gene wat mijn fan­tasie ver­moed­de dat zich daar alle­maal afspeelde. Met mijn ogen dicht voelde ik me ont­vanke­lijk voor de ver­halen die zo’n beton­nen kolos bevat­te. Het leek of ik ze zelfs kon horen wan­neer ik goed mijn best deed. Stem­men.

Jonathan, hou je bek, zegt mijn zus alti­jd, maar ik ben van mening dat je recht op je doel af moet gaan. Ik heb zoveel collega’s die zijn ontsla­gen of overge­plaatst of die gewoon veel min­der inter­es­sant werk zijn gaan doen. […] Elke dag wor­den ze slap­per, de vouwen in hun pakken min­der scherp, de blik in hun ogen dof­fer.
[p.29, Hier bli­jf ik]

Als je naar een flat­ge­bouw kijkt dan zie je een mini-stad voor je. Het is overzichtelijk. Net zoals wan­neer je boven een stad vliegt. Ook dan stel ik me alti­jd voor wat er zich in al die ver­schil­lende huizen onder mij alle­maal afspeelt. Eigen­lijk is een stad een omgevallen flat­ge­bouw. Daarom werkt het zoveel prikke­len­der bij mij dan wan­neer ik door een straat loop. Dan ont­breekt opeens het overzicht. Miss­chien komt het omdat ik er te dicht bovenop zit. Het observeren lukt niet goed. Alsof ik niet goed kan scherp­stellen. De voordeur zou open kun­nen gaan waar­door ik zomaar onderdeel van het ver­haal kan wor­den. Dat is niet wat ik zoek. De afs­tand moet in stand bli­jven. Zodat mijn eigen fan­tasie aan het werk kan.

Ken je die oude lass­er van de Com­pier­straat? […] Als die lass­er klaar was, zat ie op een krat­je op de stoep voor zich uit te staren. Hij had van die onrustige zwarte han­den. ’s Avonds las hij gedicht­en, van Mars­man of Slauer­hoff.
[p.61, Hier bli­jf ik]

Ik denk dat ik daarom het fotover­haal­boek Hier bli­jf ik door San­neke van Has­sel zo mooi vind. De korte ver­halen die zij geschreven heeft bij de foto’s van alledag die haar aan­geleverd zijn, komen voort uit háár eigen fan­tasie. Geef de foto’s aan iemand anders met dezelfde opdracht en je kri­jgt een com­pleet andere invulling. Niet dat dit voor mij hoeft. San­neke van Has­sel heeft een set ver­halen geschreven die zeer afwis­se­lend van toon zijn en ner­gens gaan verve­len. Net zoals de grote stad zelf waar de foto’s gemaakt zijn. Wat ik knap vind ik is dat je na een paar ver­halen niet meer zelf gaat verzin­nen wat het onder­w­erp van de vol­gende foto zou kun­nen zijn, maar dat je onbe­wust aan­neemt dat wat Van Has­sel je gaat vertellen ‘de waarheid’ is. Nadat je het ver­haal bij de foto gelezen hebt, zie je de foto ineens door de ogen van de schri­jf­ster. Details die eerst ver­bor­gen bleven zijn plots promi­nent aan­wezig. Het lijkt soms alsof de foto’s gemaakt zijn om de ver­halen te onder­s­te­unen. Ter­wi­jl het natu­urlijk ander­som is geweest. Ner­gens heb ik het idee dat de com­bi­natie niet klopt. Of dat het te gezocht, te gemaakt is. Nog­maals, ik vind dat knap.

Al een paar maan­den zit ik zon­der werk. Mensen moeten voor zichzelf zor­gen, is het devies. Maar ik heb gezien hoeveel mensen hele­maal niet voor zichzelf kun­nen zor­gen, laat staan voor een ander.
[p.114, Hier bli­jf ik]

Ondanks al die gevarieerd­heid in toon is er een veelvuldig terugk­erend the­ma in de ver­halen aan te wijzen. In de meeste gevallen gaat het om mensen die zich bevin­den in de hoek waar de klap­pen vallen. San­neke van Has­sel geeft deze ‘onzicht­bare slachtof­fers’ van de grote stad een eigen stem zon­der dat het ergens lar­moy­ant wordt. Of het nu om een lang­durig werk­loze gaat, een ver­waar­loosd kind, een depressieve zak­en­vrouw of een uit­ge­bluste car­rière­man, alle­maal kri­j­gen ze de kans hun ver­haal te vertellen zon­der al teveel opsmuk. Er spreekt een zekere berust­ing uit. Alsof ze zich er al lang bij hebben neergelegd dat dit hun lot is. Maar ze lopen er niet van weg. Inte­gen­deel. Ze zijn onderdeel van een grot­er geheel en lei­den het lev­en dat voor hen is weggelegd. Althans, ze lei­den het lev­en zoals San­neke van Has­sel dat voor hen inge­vuld heeft. Heel vakkundig orchestreert ze de vele stem­men in haar hoofd tot één groot klankkoor met als ein­dresul­taat een wellu­idende grote-stadssym­fonie die zo mooi klinkt dat ik wel begri­jp waarom iedereen hier wil bli­jven.

Ik geloof dat ik liev­er een jaar eerder doo­dga door het fijn­stof. Gewoon, in dit huis, waar de wan­delschoe­nen van An bij de deur staan en ik af en toe de keuken­klok gelijkzet.
[p.178, Hier bli­jf ik]

Hier bli­jf ik biedt een dynamisch portret van de grote stad, waarin ver­schil­lende per­son­ages dicht op elka­ar hun uiteen­lopende lev­ens lei­den. Voor deze bun­del liet San­neke van Has­sel zich een jaar lang inspir­eren door nieuwe stads­beelden van jonge fotografen. Ver­halen en foto’s gaan een magisch ver­band aan: voor even wordt de ver­beelde stad werke­lijk betre­den. Dit is een plek om te bli­jven.

Hier bli­jf ik
San­neke van Has­sel
Uit­gev­er­ij De Bezige Bij
ISBN 9789023487753

~ ~ ~