Hoe leest zij?

Deze blogpost is deel 41 van 43 in de serie Een perfecte dag voor literatuur

hoezijleest

Eind 2014 raakte ik geënthousiasmeerd door een artikel1 in The New York Review of Books van de tot dan toe voor mij onbekende Tim Parks. Wat mij vooral aansprak is hoe hij de nadruk legt op het actief lezen. Iets wat je volgens Parks het beste kunt doen met een pen in de hand:

The mere fact of holding the hand poised for action changes our attitude to the text. We are no longer passive consumers of a monologue but active participants in a dialogue. Students would report that their reading slowed down when they had a pen in their hand, but at the same time the text became more dense, more interesting, if only because a certain pleasure could now be taken in their own response to the writing when they didn’t feel it was up to scratch, or worthy only of being scratched.
[How I Read, Tim Parks]

Ik deed het al, maar ben het sindsdien alleen maar meer gaan doen. Een direct gevolg is dat mijn boeken er niet uitzien volgekliederd als ze zijn met aantekeningen nadat ik ze gelezen heb. Het komt me regelmatig op commentaar te staan dat ik niet echt respect voor het geschrevene heb, terwijl ik juist van mening ben dat ik er mijn hele ziel en zaligheid tegenaan gooi om de tekst zo goed mogelijk te begrijpen. Wat kan een schrijver zich nog meer wensen?

Fijn is het dan om zo af en toe medestanders te ontmoeten die er hetzelfde over denken. Geen wonder dus dat ik onmiddellijk ‘verkocht’ was toen ik bij Lidewijde Paris het volgende las:

Als ik lees, heb ik altijd een potlood bij de hand. Ik zet dus puntjes en strepen, smileys en m’s. Ik maak stambomen, schrijf namen van personages bovenin, noteer voorin op welke bladzijden ik mooie citaten heb gevonden of een verklaring voor een titel. Alles wat mij opvalt tijdens het lezen is meestal wel ergens in die aantekeningen terug te vinden. Het ziet er niet uit en niemand wil ooit een boek van mij lenen, maar voor mij is het handig.
[p.17, Hoe lees ik?, Lidewijde Paris]

Nou, zo bont maak ik het (nog) niet, maar ik ga hard die kant op.

Het citaat komt uit het boek Hoe lees ik?, een in mijn ogen goed geslaagde uiteenzetting door Lidewijde Paris wat het lezen van literatuur bij haar in werking zet. Zoals uit het citaat al geconcludeerd kan worden is Paris een echt actieve lezer en realiseert zij zich terdege hoe ‘waanzinnig ingewikkeld de lees- en verwerkprocessen’ in haar hoofd zijn. Toch lukt het haar om er op een uiterst gestructureerde manier over te vertellen. Niet alleen dat, er valt een hoop te leren zonder dat het boek te theoretisch of saai wordt. Integendeel, ik heb het boek in één ruk uitgelezen. Het was alsof ik Lidewijde Paris op bezoek had voor een privécollege.

Hoe lees ik? bestaat uit drie delen:

  1. De roman als tekst – Basisbegrippen
  2. De roman als tekst – Toeters en bellen: stijlfiguren, aankleding
  3. De roman en zijn context

In elk deel maakt Paris veelvuldig gebruik van (vaak lekker lange) fragmenten uit bekend en minder bekend literair werk om aanschouwelijk te illustreren wat zij uit een tekst haalt wanneer zij met het potlood in de hand aan de slag gaat. Dat is wonderbaarlijk veel. Uit mijn dagelijks werk ken ik het principe van ‘Five Times Why‘ om via die methode bij de mogelijke oorzaak van een probleem te komen. Het is grappig om te lezen hoe Lidewijde Paris dit ook toepast om bijvoorbeeld te allen tijde alert te zijn op mogelijke thema’s die een schrijver in de tekst gestopt heeft. Dit begint al bij de eerste zin van een roman: waarom begint de schrijver zo?

Maar daar houdt het niet op:

Als ik stille signalen van een schrijver tijdens het lezen wil opvangen, moeten bij het lezen ogenschijnlijk niet-belangrijke maar toch afwijkende zaken mij opvallen. Ik moet dan zelfs de meest voor de hand liggende vragen stellen, open deuren doorgaan en rondneuzen en op onderzoek uitgaan: wat zit hierachter, wat is de reden, waarom, waarom, waarom? Eindeloos vragen: waarom?
[p.34, Hoe lees ik?, Lidewijde Paris]

Het moge duidelijk zijn, Lidewijde Paris is geen doorsnee lezer. Zij doet haar uiterste best te doorgronden waarom de schrijver geschreven heeft wat hij heeft geschreven. Alsof het een raadsel is:

Ik zie het als een spel dat ik met de schrijver en het boek speel. Of zij spelen het met mij.
[p.17, Hoe lees ik?, Lidewijde Paris]

Vooral die laatste opmerking blijft hangen. Des te meer omdat op verschillende plaatsen in haar boek de waarschuwing voorbij komt dat als je niet oppast als lezer je gemakkelijk gemanipuleerd kunt worden door de schrijver. Het is dezelfde waarschuwing die ik bij Tim Parks had gelezen:

We have too much respect for the printed word, too little awareness of the power words hold over us. We allow worlds to be conjured up for us with very little concern for the implications. We overlook glaring incongruities. We are suckers for alliteration, assonance, and rhythm. We rejoice over stories, whether fiction or “documentary,” whose outcomes are flagrantly manipulative, self-serving, or both.
[How I Read, Tim Parks]

Het sympathieke aan de verschillende interpretaties van literaire teksten die Lidewijde Paris in haar boek met ons deelt, is dat ze continu de nadruk blijft leggen op het feit dat het háár persoonlijke invulling is. Ieder mens is verschillend en daardoor is ook ieders leeservaring verschillend2.

Maar wat ze overtuigend doet is die tekstuitleg (of mening zo men wil) zodanig onderbouwen dat het mogelijk is er een dialoog mee aan te gaan. Of zoals ze zelf zegt:

De kunst van het praten over boeken ligt niet alleen in het ventileren van een mening, maar in de uitleg waarop je die mening baseert.
[p.248, Hoe lees ik?, Lidewijde Paris]

Iets waarmee ik het helemaal eens ben. Haar boek is daarbij een nuttige hulp om lezers handvaten te geven hoe een tekst te lijf te gaan en vervolgens de persoonlijke interpretatie zodanig vorm te geven dat het de basale feedback van ‘Ik vond het wel een leuk boek’ (of de tegenhanger ‘Het kon me niet echt boeien’) ontstijgt. Een aanrader wat mij betreft voor elke gepassioneerde lezer die niet bang is om (nog) wat actiever te lezen (en in een boek te kliederen). Het maakt lezen nog spannender.

lidewijdeparishoeleesik

Romans zijn vaak meer dan alleen een verhaal. Er wordt met structuur gespeeld, met perspectief, beelden en taal, waardoor een boek een extra betekenis of tweede laag krijgt. Maar die stille signalen van de schrijver zijn niet altijd makkelijk te ontdekken. In Hoe lees ik? laat Lidewijde Paris zien hoe zij die signalen vindt en uitlegt. Aan de hand van verschillende fragmenten behandelt ze de literaire trucs en technieken. Dat maakt dit boek ook voor beginnende schrijvers interessant.

Hoe lees ik?
Lidewijde Paris
Uitgever Nieuw Amsterdam
ISBN 9789046821084

~ ~ ~


  1. Zie hier mijn blogpost over How I Read, het vervolg op A Weapon for Readers 

  2. Zie bijvoorbeeld haar uitleg over het korte verhaal April van de IJslandse schrijver Olaf Olafsson op bladzijdes 86 tot en met 104. Het wemelt van tussenzinnen als ‘ik ga eerst op zoek’, ‘geven mij signalen’, ‘grappig genoeg vind ik’, ‘mijn sympathie ligt’, ‘dat zegt iets over hoe ik in elkaar zit’, ‘ik wil dan meteen weten’, ‘een andere lijn vind ik’, ‘ik denk’, ‘wordt voor mij versterkt’, ‘iets wat mij voor elke relatie funest lijkt’, ‘in mijn ogen’, ‘valt mij nu op’, ‘wat ik nu belangrijk vind’, ‘kan het zijn, denk ik nu’, ‘ik denk dat dat de schuldvraag is’, ‘ik denk dat ieder voor zich die vraag moet beantwoorden’. 

50books – jaar 2015 – vraag 3

Deze blogpost is deel 3 van 49 in de serie 50books - 2015

In mijn boekenkast is veel plaats gemaakt voor Geschiedenis. Zeker wanneer ik een boek pak dat ik tijdens mijn studietijd heb aangeschaft loop ik de kans dat het vol staat met strepen in de kantlijn, en dat passages zijn onderstreept of gemarkeerd in een of andere fluoriscerende kleur. In die gevallen wanneer ik er in de kantlijn wat heb bijgeschreven betreft dat meestal een verwijzing naar een andere bladzijde of boek. Het is maar zelden dat ik mijn mening over het geschrevene op die plek onder woorden bracht. Een uitroepteken dat ik het er mee eens was volstond blijkbaar. Toch geeft dat al een kleine indicatie wat ik in die tijd belangrijk vond. Of juist niet.

Op een gegeven moment ben ik dit ook bij fictie gaan doen. Zeker wanneer het de bedoeling was dat ik na lezing een samenvatting of bespreking moest schrijven. Ook dan is het interessant om later terug te kunnen lezen waar je aandacht toen naar uitging. Je ontdekt misschien wel een verschil met hoe je er nu over denkt.

Looking back over the pages we have already read and marked, or coming back to the novel months, maybe years later, we get a strong sense of our own position in relation to the writer’s position.
[A weapon for readers – Tim Parks in The New York Review of Books]

Dit artikel door Tim Parks kwam ik tegen tijdens de kerstvakantie en ik was er meteen door gefascineerd. Wat ik belangrijk vind is dat hij niet zozeer ingaat op de esthetische kwestie van het ‘beschadigen’ van boeken door er in te krassen en te kleuren (zie 50books jaar 2014 vraag 17) maar juist de nadruk legt op wat voor een groot verschil het uitmaakt in leeservaring wanneer we met de pen in de hand een boek te lijf gaan.

Het transformeert ons van passieve naar actieve lezers.

The mere fact of holding the hand poised for action changes our attitude to the text. We are no longer passive consumers of a monologue but active participants in a dialogue.
[A weapon for readers – Tim Parks in The New York Review of Books]

En zo ervaar ik het ook. Je gaat kritisch worden tijdens het leven. Vraagt jezelf af of wat je leest wel hout snijdt. Of je misschien onbewust in een bepaalde richting gestuurd wordt. Daardoor lijkt het inderdaad alsof je een gesprek aangaat met de schrijver. Ik heb mezelf al meer dan eens betrapt tijdens het lezen dat ik binnensmonds commentaar gaf tijdens het lezen. Tuurlijk. Echt niet. Wat wil je hiermee zeggen? Dat soort dingen. Het voorkomt dat je in sommige gevallen te makkelijk meegaat in wat een schrijver je wil laten ‘geloven’. Zowel voor non-fictie als fictie kan het geen kwaad om daar van bewust te zijn.

Some readers will fear that the pen-in-hand approach denies us those wonderful moments when we fall under a writer’s spell, the moments when we succumb to a style, and are happy to succumb to it, when suddenly it seems to us that this approach to the world, be it Proust’s or Woolf’s or Beckett’s or Bernhard’s, is really, at least for the moment, the only approach we are interested in, moments that are no doubt among the most exciting in our reading experience.
[A weapon for readers – Tim Parks in The New York Review of Books]

Zelf heb ik dat idee niet. Wat me bij goede schrijvers wel overkomt is dat ik er pas na meerdere bladzijdes achterkom dat ik me had laten inpakken door hun meeslepende verteltrant. Niet erg. Want dan blader ik weer terug naar mijn laatste aantekening en lees het betreffende gedeelte gewoon weer overnieuw. Nu met iets kritischer blik. Waarbij ik probeer te letten op wat het nu precies was wat me zo in de ban deed geraken.

OK. Ik denk dat het voor jullie duidelijk is waar ik vandaag naar toe wil. Hier komt de nieuwe vraag op deze druilerige zondagochtend.

vraag 3:
Ben jij een passieve of een actieve lezer?

Misschien dat je niet altijd een actieve lezer bent maar slechts in die gevallen wanneer je iets leest voor je studie. Maar voor nu ben ik vooral geïnteresseerd of je je ook actief opstelt bij het lezen van fictie ter ontspanning. Laat je je dan kritiekloos meevoeren door het verhaal of hou je toch altijd met een schuin oog in de gaten hoe een schrijver dat doet? Hoe de constructie van het verhaal in elkaar zit? Markeer je passages? Maak je aantekeningen? Of heb je zoiets dat lezen ontspanning hoort te blijven? En dat je net zoals bij het kijken naar de goochelaar die zijn kunsten vertoont, vooral moet genieten en niet proberen te ontdekken hoe het gedaan wordt?

Zoals altijd ben ik weer erg benieuwd naar jullie opvattingen.

IMG_3471

PS: Wil je meer weten over hoe Tim Parks dat lezen met de pen in de hand precies voor ogen heeft, lees dan ook zijn artikel How I read in the New York Review of Books.

~ ~ ~

Na de val

Deze blogpost is deel 29 van 43 in de serie Een perfecte dag voor literatuur

In seizoen 3 van de serie Homeland komt een aflevering voor waarin twee hoge functionarissen van elkaar bestrijdende inlichtingendiensten een ontmoeting hebben. Al hun hele leven lang zijn ze bezig met het opzetten en onderhouden van uiterst ingewikkelde (contra)spionage netwerken. Dat de waarheid daarbij geweld moet worden aangedaan beseffen ze allebei terdege. Het doel heiligt de middelen. Wat mij zo trof in die scene was de bekentenis van een van hen door te verzuchten dat alles uiteindelijk toch anders uitpakt dan gepland. Je kunt niet alles controleren.

Jakob Duikelman is een man die hier een wijze les uit had kunnen trekken. Hij leeft nog met het idee dat een leugentje om bestwil alleen maar zijn gezin ten goede komt. Het probleem is dat hij het niet bij een enkel leugentje laat. Al snel komen we erachter dat Jakob een heel web van leugens bij elkaar heeft verzonnen waar hij zelf ook niet meer precies van weet hoe het in elkaar steekt. Niet dat hij dit zelf zal toegeven. Jakob blijft tot aan het eind in de veronderstelling dat hij bij machte is om elke situatie naar zijn hand te zetten. Een vorm van hoogmoed waarvan we allemaal weten waartoe die zal leiden.

Wat ik verrassend vond aan de vertelconstructie waarbij verschillende personages gevolgd worden, is de introductie van Jos en Lia Voorma in het laatste hoofdstuk. Zij zijn de buren van Jakob en vertegenwoordigen min of meer de algemene opinie in alle wispelturigheid. Van een afstand (over de schutting) geven ze commentaar bij de teloorgang van Jakob.  Mooi is dat het daarna niet stopt. Het leven gaat door. Ook zonder Jakob. Dat is misschien wel de meest ontluisterende boodschap van deze roman. Alle goede bedoelingen van Jakob ten spijt, loopt alles compleet anders dan hij voor ogen had en niemand die daar achteraf echt rouwig om is.

Looking back over the pages we have already read and marked, or coming back to the novel months, maybe years later, we get a strong sense of our own position in relation to the writer’s position. […] These days, going back to reading the books that have remained since university days, I see three or four layers of comments, perhaps in different colored pens. And I sense how my position has changed, how I have changed.
[A weapon for readers – Tim Parks]

Nadat ik De val van Jakob Duikelman door Anne-Marieke Samson had gelezen bleef ik achter met een ambivalent gevoel. Tegenover het feit dat ik met bijzonder veel plezier dit debuut heb gelezen staat het verwijt dat ik vind dat het verhaal een bepaalde diepgang mist. De vraag is of dit een terecht verwijt is wanneer men bedenkt dat het boek gebracht wordt als een ‘scherpe tragikomedie over een ambtenaar vol volkswoede’. Qua genre (hoewel ik eerder geneigd zou zijn om het boek te bestempelen als absurdistisch) past het dan misschien niet, maar het is de schrijfstijl van Samson die op sommige momenten zo overrompelend origineel is, dat je hoopt toch wat meer te lezen te krijgen van de diepste zieleroerselen die Jakob en de zijnen beweegt. Het blijft bij hoop die (nog) niet ingelost wordt.

Typerend is een passage als:

Zijn moeder heeft gelijk, bedenkt hij als hij wegloopt. Hij moet inderdaad eens op bezoek bij zijn broer. Hij moet binnenkort eens uitzoeken in welke inrichting die zit weg te kwijnen.
[p.154, De val van Jakob Duikelman]

Dit is alles wat we te lezen krijgen over het ‘onvrijwillig ongeluk dat Bram heette’. Het past geheel binnen de opzet van de roman om dit toch niet onbelangrijke voorval terloops aan de orde te brengen, maar ergens blijft het ook knagen dat er niet verder op wordt ingegaan.

Terug naar het citaat van Tim Parks. Waarom heb ik het opgenomen in deze bespreking? Voornamelijk om ook nog een andere ambivalentie te verwoorden. Eentje die meer te maken heeft met mijn eigen ontwikkeling (als lezer). Ik ben benieuwd wat ik van dit boek gevonden zou hebben een tigtal jaren terug. Hoogstwaarschijnlijk had ik me toen niet (of veel minder) druk gemaakt om de diepgang waarvan ik nu vind dat die ontbreekt. Integendeel, ik zou het boek aanraden aan mijn vrienden vanwege de droogkomische stijl (lachuh!) en de vele venijnige steken onder water die Samson op allerlei gebied uitdeelt. Een treffende persiflage op onze hedendaagse samenleving waarin cynisme overheerst en we ons gek laten maken door de (social) media. Of iets dergelijks.

Nu is dat blijkbaar niet meer genoeg voor mij. Maar ik denk dus tevens dat het dit boek en de schrijfster niet te verwijten valt. Het is eerder de verzuchting van een oude man die af en toe moeite heeft om genoegen te nemen met de luchtige manier waarop een verhaal ook gebracht kan worden. Of misschien is het wel het ongeduld met een schrijfster die in mijn ogen zoveel in haar mars heeft dat je zou wensen dat het er nu al uit had moeten komen. Geduld is een schone zaak dus blijf ik Anne-Marieke Samson zeker volgen in al het moois wat ongetwijfeld nog gaat volgen.

Als laatste wat opmerkingen in het verlengde van wat ik gister al schreef met betrekking tot enkele foutjes in de tekst. Natuurlijk gaat het mij niet om de opgesomde drukfouten. Dat was slechts gedaan als een flauwe opmaat naar deze blogpost. Waar ik me wel lichtelijk aan heb gestoord zijn een aantal inconsistenties in het verhaal.

Zo is daar bijvoorbeeld de passage waar Mai voor de eerste keer Jakob ontmoet:

‘Wie is dat?’ vroeg ze aan de koptelefoon.
‘Dat is Jakob, let maar niet op hem. Hij ligt in een scheiding.’
Scheiding, dacht Mai opgetogen. Dus hij is getrouwd.
[p.57, De val van Jakob Duikelman]

Om dan vervolgens een stuk verder te lezen:

Er was voor Mai geen grotere schok mogelijk. Nooit had Jakob haar iets verteld dat hij eerder getrouwd was geweest, …
[p.65, De val van Jakob Duikelman]

Of wanneer Jakob op maandag tijdens een verhoor met een asielzoeker terugdenkt aan zijn dochter Disi:

Jakob voelt het bloed uit zijn gezicht wegtrekken als er onwillekeurig beelden van de verwarde Disi die hij gisteren op het politiebureau aantrof langzaam terugkomen in zijn herinnering.
[p.209, De val van Jakob Duikelman]

Zo zijn er meer te vinden. Juist in een verhaal wat het moet hebben van al die leugens is het belangrijk dat de interne logica overeind blijft, anders is het voor de lezers onmogelijk om nog enigszins te volgen hoe het verhaal in elkaar steekt. Zonder dat het iets af doet aan het leesplezier geeft het nog maar eens aan hoe gecompliceerd het spinnen van een web vol leugens is. Niet alleen Jakob raakt af en toe het overzicht kwijt.

Jakob Duikelman slijt de stoffige dagen van zijn ambtenarenbestaan op zijn saaie ministerie, afdeling 3F: oorlogsmisdaden. Het leven is zinloos en waarom moet het zin hebben? Dat zegt Jakob regelmatig tegen wie het maar wil horen. Maar als Jakob verneemt dat hij niet lang meer te leven heeft, houdt hij dat angstvallig geheim voor zijn mooie Thaise vrouw Mai en zijn puberdochter Disi. Terwijl hij zich een weg baant door zijn strakgespannen web van leugens, raakt Jakob onverwacht in conflict met een Nigeriaanse ronselaar van kindsoldaten

De val van Jakob Duikelman
Anne-Marieke Samson
Uitgeverij De Arbeiderspers
ISBN 9789029589505

~ ~ ~

Wat weet ik over lezen?

Ergens las ik de verzuchting, ‘en dan moet ik ook nog tig boeken lezen’. Dit om aan te geven dat de kerstvakantie, hoe welkom ook, veel te kort is om alles af te krijgen wat we vooruitgeschoven hebben. Kwestie van realistisch lijstje maken, denk ik dan. Zelf heb ik ook nog tig ongelezen boeken liggen, maar ik heb er drie uitgekozen die ik de komende dagen wil lezen. De rest komt vanzelf wel.

Ergens anders las ik dat Umberto Eco een gigantische bibliotheek bezit met ruim 30.000 titels. Het schijnt dat hij de bezoekers die hij regelmatig mag ontvangen onderverdeelt in hen die geïmponeerd door deze ontstellende hoeveelheid boeken vragen hoeveel hij er al heeft gelezen en hen die beseffen dat een bibliotheek geen showcase is maar dient voor onderzoek. Vanuit dat oogpunt bezien zijn de ongelezen boeken misschien nog wel waardevoller dan de reeds gelezen. Immers zij bevatten de kennis die jij nog moet zien te verwerven. Eco noemde deze verzameling van nog te lezen boeken de ‘anti-bibliotheek’.

Mijn eigen bibliotheek omvat rond de duizend exemplaren. Ik schat dat een kwart non-fictie is, waarbij geschiedkundige boeken in de meerderheid zijn. Fictie is netjes verdeeld tussen Nederlands- en Engelstalige literatuur. En daarnast een heel klein beetje science-fiction, thrillers en fantasy. Hoeveel ik ervan gelezen heb?

Hangt af van de definitie.

… I do believe reading is an active skill, an art even, certainly not a question of passive absorption.

Niet mijn woorden, maar die van Tim Parks in zijn artikel How I Read voor The New York Review of Books. Het is een vervolg op A Weapon for Readers waarin Parks pleit voor het gebruik van een pen tijdens het lezen. In zijn ogen kijken we als lezer teveel op naar schrijvers en het gedrukte woord. We zijn niet kritisch genoeg en laten ons in het slechtste geval manipuleren.

We have too much respect for the printed word, too little awareness of the power words hold over us. We allow worlds to be conjured up for us with very little concern for the implications. We overlook glaring incongruities. We are suckers for alliteration, assonance, and rhythm. We rejoice over stories, whether fiction or “documentary,” whose outcomes are flagrantly manipulative, self-serving, or both.

Kijk ik naar mezelf dan moet ik bekennen dat veel van wat ik gelezen heb, ik dat niet op de actieve wijze heb gedaan zoals Tim Parks dat zo graag ziet. In de meeste gevallen heb ik me laten meevoeren (inpakken?) door de vertelkunst van de schrijvers die ik bewonder. Ik vind het heerlijk om verloren te raken in hun werelden die soms zo ver weg en andere keren erg dichtbij die van mij staan. Zelfs veel studieboeken heb ik op die manier gelezen. Geschiedenis leent zich daar dan ook meer voor dan menig ander onderwerp. In die zin was ik niet altijd een goede student. Vaak was ik meer onder de indruk van de belezenheid van de auteur dan dat ik oog had voor de logische onderbouwing van zijn betoog.

Lezen als een vorm van ontsnapping. Of hoort daar een vraagteken achter?

Hoe dan ook. Ik voel me aangesproken door de twee artikelen van Tim Parks. Nu ik een vol jaar bezig ben geweest met iedere maand twee boeken te bespreken voor Een perfecte dag voor literatuur, betrap ik mezelf erop dat ik steeds vaker met een pen in de hand zit te lezen. En aantekeningen zit te maken. In een notitieboekje. Of in de marges van het boek.

Opnieuw Tim Parks:

The mere fact of holding the hand poised for action changes our attitude to the text. We are no longer passive consumers of a monologue but active participants in a dialogue. Students would report that their reading slowed down when they had a pen in their hand, but at the same time the text became more dense, more interesting, if only because a certain pleasure could now be taken in their own response to the writing when they didn’t feel it was up to scratch, or worthy only of being scratched.

Wanneer ik nu opnieuw mijn bibliotheek in ogenschouw neem, dan zie ik veel, heel veel boeken die nog niet actief gelezen zijn. Ik heb plots een mega-grote anti-bibliotheek. Voor hetzelfde geld. Heb ik zomaar een flinke waardevermeerdering in de schoot geworpen gekregen. Soort van eindejaarsbonus.

Maar wat betekent het voor mijn leesambitie tijdens de kerstdagen? Misschien dat ik mijn voornemen om er drie te gaan lezen beter kan bijstellen naar twee stuks. Tenslotte moet ik wel reëel blijven. Actief lezen kost meer tijd.

Vooral ook omdat ik meer te weten wil komen over het leesprocess zelf. Hoe gaat dat eigenlijk in zijn werking? Wat gebeurt er wanneer we lezen?

Nog één keertje Tim Parks:

… if reading is a skill, there must be techniques and tools that everyone can use or try, even if we use them differently.

Over lezen als vaardigheid en de technieken en instrumenten die we daarbij kunnen gebruiken weet ik eigenlijk te weinig. Ik besef nu dat ik me altijd veel meer heb beziggehouden met boeken en schrijven dan met de kunst van het lezen op zich. Het lijkt me een geschikt onderwerp voor mijn 30 days challenge. Eens zien of en hoe dit mijn leven kan veranderen wanneer ik me er verder in ga verdiepen.

[Read in English]

~ ~ ~

What do I know about reading?

Somewhere I read the lament, ‘and then I also have to read numerous books’. This to indicate that the Christmas holidays, while welcome, are much too short to get everything done we have postponed to the end of the year. Just a matter of making a realistic list. I myself have also a pile of  unread books waiting for me, but I have selected only three which I want to read the next few days. The rest will follow when time comes.

Somewhere else I read that Umberto Eco owns a gigantic library which holds more than 30,000 titles. It seems that he divides the people who visit him into those asking how many books he has read and those who realize a library is not a showcase but intended for research. From this point of view the unread books are perhaps even more valuable than the already read. After all, they contain the knowledge you need to acquire. Eco called this collection of still to read books the ‘anti-library’.

My own library includes around one thousand titles. I estimate that a quarter is non-fiction, of which historical books are in the majority. Fiction is neatly divided between Dutch and English literature. Next to that there is a little bit of science fiction, thrillers and fantasy. How may have I read?

Depends on the definition you use.

… I do believe reading is an active skill, an art even, certainly not a question of passive absorption.

Not my words, but those of Tim Parks in his article How I Read for The New York Review of Books. It is a sequel to A Weapon for Readers in which Parks advocates the use of a pen while reading. In his eyes we as readers look up too much to writers and the printed word. We are not critical enough and don’t notice that we are manipulated sometimes.

We have too much respect for the printed word, too little awareness of the power words hold over us. We allow worlds to be conjured up for us with very little concern for the implications. We overlook glaring incongruities. We are suckers for alliteration, assonance, and rhythm. We rejoice over stories, whether fiction or “documentary,” whose outcomes are flagrantly manipulative, self-serving, or both.

When I look at myself I must confess that much of what I’ve read, I didn’t do it in the active mode as Tim Parks wants me to. In most cases, I let myself be carried away by the narrative of the writers I admire. I love to get lost in their worlds. Even many textbooks I’ve read that way. The study of history lends itself more for storytelling than any other scientific topic. In that sense I was not always a good student. Often I was more impressed by the author’s erudition than that I had an eye for the logical foundation of his arguments.

Reading as a form of escape. Or does it need a question mark at the end?

Whatever. I feel attracted by the two articles by Tim Parks. Now that it’s been a full year that I review every month two books for A perfect day for literature, I find myself more and more reading with a pen in hand. And making noting. In a notebook. Or in the margins of the book itself.

Again Tim Parks:

The mere fact of holding the hand poised for action changes our attitude to the text. We are no longer passive consumers of a monologue but active participants in a dialogue. Students would report that their reading slowed down when they had a pen in their hand, but at the same time the text became more dense, more interesting, if only because a certain pleasure could now be taken in their own response to the writing when they didn’t feel it was up to scratch, or worthy only of being scratched.

When I again take into consideration my library, I see many, many books that I have not read in an active way. I suddenly own a mega large anti-library. For the same money. As a kind of year-end bonus.

But what does it mean for my reading ambition during the Christmas season? Maybe my intention to read three book can better be adjusted back to two pieces. As said, you have to be realistic. Active reading takes more time.

Also because I want to learn more about the reading process itself. How does it actually works? What happens when we read?

One more time Tim Parks:

… if reading is a skill, there must be techniques and tools that everyone can use or try, even if we use them differently.

About reading as a skill and the techniques and tools that we can use I know not much. I now realize that I was always much more concerned with books and writing than with the art of reading itself. It seems an appropriate topic for my 30 days challenge. Let’s see whether and how it will change my life when I’m going to investigate it in more depth.

[Lees in het Nederlands]

~ ~ ~