Troost

Natuurlijk ben ik blijven doorlezen. Tot het (bittere)1 einde. Het was daar dat ik deze fraaie afsluiter onder ogen kreeg:

Als je weet dat je een loser bent, dan put je troost uit de gedachte dat iedereen om je heen verslagen is, ook zij die hebben gewonnen.
[p.222, Het nulnummer, Umberto Eco]

Wil je meer weten over de denkbeelden van Umberto Eco met betrekking tot de rol van losers in de literatuur, klik dan hier voor een kort interview met hem in The Guardian.

PS: Nadat ik het boek uit had zag ik op de site van De Groene Amsterdammer het bericht dat Umberto Eco vertrekt bij zijn vaste uitgeverij Bompiani. Dit omdat Silvio Berlusconi een overnamebod gedaan heeft op het bedrijf Rizzoli waar Bompiani onderdeel van is. Samen met aantal andere auteurs uit binnen- en buitenland gaat Eco nu zelf een uitgeverij oprichten met waarschijnlijk de naam ‘Het schip van Theseus’. Om verschillende redenen vind ik dit leuk nieuws:

  • Ik heb een hartgrondige hekel aan Silvio Berlusconi en mag het wel als hij zijn plannen niet zonder slag of stoot kan uitvoeren;
  • Toevallig ben ik ook mede-oprichter van een nieuwe uitgeverij (ja, de 3.000 donateurs zijn tijdig ingestapt);
  • En als laatste de link naar zowel de mythe over het ship van Theseus door Plutarchus, alswel de link die ik zelf maak naar het gelijknamige boek door de niet-bestaande auteur V.M. Straka.

  1. Bitter vanwege het uiterst deprimerend beeld dat geschetst wordt van Italië slechts enkele jaren voor de politieke opkomst van Silvio Berlusconi, oftewel Il Cavaliere die wij gerust mogen verwarren met Commandeur Vimercate uit het boek. En we weten allemaal dat het door Berlusconi alleen nog maar verder bergafwaarts is gegaan. 

Specialist in het algemene aka loser

Ergens in het tweede of derde jaar tijdens mijn studie Geschiedenis werd er een bijeenkomst georganiseerd in Groningen. Het alomvattende thema was onze voorbereiding op het beroepsleven na de universiteit. Zelf had ik al enkele jaren bij Philips gewerkt voordat ik alsnog besloot te gaan studeren maar voor het gros van mijn medestudenten was het vooruitzicht van een bestaan als werkslaaf welhaast iets buitenaards.

Een van de vele voordrachten werd gehouden door een Engelsman die in de politiek en journalistiek had gewerkt. Hij gaf aan dat we ons vooral niet moesten focussen op een specifiek beroep tijdens onze studie. Volgens hem had dat geen enkele zin (en waarschijnlijk is het daarom dat ik hem nog steeds goed herinner terwijl dat niet zo is voor wat betreft de rest van de dag). We hadden slechts één taak: zoveel mogelijk kennis vergaren over zoveel mogelijk onderwerpen. Dan kwam je daarna altijd wel ergens aan de bak (mocht dat je ambitie zijn).

Maar, wierp iemand uit het publiek tegen, de arbeidsmarkt vraagt toch juist om specialisten? Dat klopt, was zijn repliek. Die vraag kreeg ik ook vaak voorgelegd wanneer ik ging sollicitieren. En mijn antwoord was dat ik wel degelijk een specialist ben. Door mijn brede kennis ben ik een specialist in het algemene.

Het is me altijd bijgebleven. Zeker in de tijd dat men regelmatig vroeg wat mijn verblijf aan de universiteit nu eigenlijk opgeleverd had (verschrikkelijk irritante vraag) hielp het me in mijn verdediging dat niet alles per se een praktisch nut hoeft te hebben. Ik putte er kracht uit en voelde me er zelfs een beetje verheven door.

Tot vandaag…

Losers hebben, net als autodidacten, een veel bredere kennis dan winnaars, als je wilt winnen moet je alles weten van één ding en geen tijd verdoen met het leren van al het andere, het genot van eruditie is voorbehouden aan losers. Hoe meer je weet, hoe meer er in je leven niet goed is gegaan.
[p.17, Het nulnummer, Umberto Eco]

En alsof dit nog niet genoeg was om mijn zelfrespect onderuit te halen las ik op de volgende bladzijde:

Ondertussen droomde ik van datgene waar alle losers van dromen, te weten dat ik op een dag een boek zou schrijven dat me roem en rijkdom zou brengen.
[p.18]

Wel een aanrader verder, dit boek van Umberto Eco.

nulnummereco

Plaats van handeling is Milaan, 1992, twee jaar voor de eerste verkiezingsoverwinning van Silvio Berlusconi. Een groep journalisten is bezig voor een nieuwe krant een aantal nulnummers te schrijven waarin gebeurtenissen uit het nabije, roerige verleden van Italië worden gepresenteerd als ‘nieuws’ en van commentaar worden voorzien. In hun zoektocht naar onderwerpen komen ze met de meest onwaarschijnlijke – maar altijd mogelijke – verhalen op de proppen. Een van die verhalen betreft de Italiaanse dictator Benito Mussolini. Is hij aan het einde van de oorlog wel echt vermoord? Of is dat een leugen, en was hij wellicht de dieper liggende oorzaak van alle ellende in het naoorlogse Italië, zoals de moorden op politicus Aldo Moro en onderzoeksrechter Giovanni Falcone, de mysteries rond de vrijmetselaarsloge P2, de smeergeldschandalen, en wat dies meer zij? In alle rust bereidt de redactie de eerste nulnummers voor – totdat er een dode valt.

Het nulnummer
Umberto Eco
Uitgever Prometheus
ISBN 9789044628357

~ ~ ~

50books – jaar 2015 – vraag 45

Deze blogpost is deel 45 van 49 in de serie 50books - 2015

In de tijd dat ik nog thuis woonde bij mijn ouders en jongere broertje vroeg mijn vader steevast of ik ook een boek voor hem wilde meenemen wanneer ik naar de bibliotheek ging. Dat was vaak makkelijker dan voor mezelf een geschikt boek zien te vinden. Ik moest op de volgende zaken letten:

  • een eenzame onbegrepen held;
  • portie geweld;
  • portie seks;
  • geen flauwekul zoals geesten, aliens en bovennatuurlijke zaken.

Mijn vader hield van duidelijkheid. Kwam het boek na een paar bladzijdes lezen niet overeen met de hierboven gestelde criteria, dan werd het rigoreus aan de kant geschoven. Te veel humor? Dan kon hij net zo goed André van Duin gaan kijken op tv. Politieke verwikkelingen? Daarvoor had hij al een abonnement op de krant. Zo leerde ik via ‘trial and error’ zijn smaak steeds beter te doorzien en de juiste boeken erbij te vinden. Had ik de juiste keuze gemaakt en viel het boek binnen zijn eigen gedefinieerde genre, dan glom ik van trots.

The people who actually buy books, in thumpingly large numbers, are genre readers. And they buy them because they love them.
[Literature vs genre is a battle where both sides lose, Damien Walter in The Guardian]

Wanneer men mij zou vragen wat het verschil is tussen boeken die binnen een bepaald genre vallen (zoals o.a. horror, misdaad, sf) vergeleken met de meer traditionele literatuur, dan ben ik geneigd te antwoorden dat het met een verwachtingspatroon te maken heeft. Bij een genreboek gaat men er als lezer vanuit dat het verhaal voldoet aan de conventies van het genre. Natuurlijk worden er continu nieuwe wegen ingeslagen en de grenzen van het genre opgezocht. Maar toch. De lezers verwachten dat het boek uiteindelijk past binnen een bepaald stramien dat zich als zodanig heeft geëvolueerd.

In het artikel Literature vs genre is a battle where both sides lose, waar ik hierboven al een citaat heb geplaatst, gaat Damien Walter in op dit vermeende onderscheid tussen ‘genre-lectuur’ en ‘echte literatuur:

Literary authors are the luxury brands of the writing world, the Mercedes, the Harrods and the Luis Vuitton of high culture. Genre writers are mid-range consumer brands, with an equivalent status to Skoda, Argos and Primark.
[Literature vs genre, Damien Walter]

Volgens Damien Walter is het een achterhaalde scheidslijn die zeker wanneer je naar de hedendaagse verkoopcijfers kijkt nog maar weinig toevoegt. ‘Genre sells’ en literatuur blijft daar ver bij achter, wat veel auteurs uit de literaire wereld ertoe verleidt om op z’n tijd een roman te schrijven die dicht tegen een genre aan schurkt of zelfs schaamteloos meeprofiteren van het succes zonder daar voor uit te willen komen. Een positieve (volgens Walter) uitzondering op de regel is David Mitchell die met Slade House een boek heeft geschreven in de beste tradities van het ‘Haunted House’ genre:

In Mitchell’s words, “the novel’s the boss”, and arguments about marketing categories are not the writer’s concern. If the vast sea of authors competing for attention today want any chance of being as good as David Mitchell, they’d do well to follow his example and learn from both literary and genre fiction. They’re two halves of the same craft, and if the art of fiction is to remain healthy, we should stop narrowing its range with snobbery.
[Literature vs genre, Damien Walter]

Tja, dacht ik. Daar zit wat in. Maar ik was niet echt overtuigd. Zou door de toenadering van deze ‘two halves of the same craft’ de literaire kwaliteit niet in het geding komen? Toegegeven, dat is precies de ‘snobbery’ waar Walter op wijst. Maar toch.

Niet veel later las ik een interview met Umberto Eco. Ook in The Guardian. Hij vertelt daar onder andere het volgende met betrekking tot zijn opvatting over het schrijverschap:

“I don’t know what the reader expects. I think that Barbara Cartland writes what the readers expect,” he said […] I think an author should write what the reader does not expect. The problem is not to ask what they need, but to change them … to produce the kind of reader you want for each story.”
[Umberto Eco: ‘Real literature is about losers’, Marcus Browne in The Guardian]

Dat lijkt me een welkome aanvulling. Indien het nodig is dat de literatuur leert van het succes dat de genreboeken hebben, laat dit dan alsjeblieft niet ten koste gaan van het verrassingseffect. Er is al zoveel van hetzelfde.

Vraag 45:
Wat denk jij, wordt het tijd dat de grens tussen literatuur en genre-lectuur eindelijk eens geslecht wordt? Of zijn het twee onverenigbare werelden die op z’n best af en toe leentjebuur bij elkaar kunnen spelen?

Ik kijk uit naar jullie invulling van deze nieuwe vraag.

50books201545

~ ~ ~

Wat weet ik over lezen?

Ergens las ik de verzuchting, ‘en dan moet ik ook nog tig boeken lezen’. Dit om aan te geven dat de kerstvakantie, hoe welkom ook, veel te kort is om alles af te krijgen wat we vooruitgeschoven hebben. Kwestie van realistisch lijstje maken, denk ik dan. Zelf heb ik ook nog tig ongelezen boeken liggen, maar ik heb er drie uitgekozen die ik de komende dagen wil lezen. De rest komt vanzelf wel.

Ergens anders las ik dat Umberto Eco een gigantische bibliotheek bezit met ruim 30.000 titels. Het schijnt dat hij de bezoekers die hij regelmatig mag ontvangen onderverdeelt in hen die geïmponeerd door deze ontstellende hoeveelheid boeken vragen hoeveel hij er al heeft gelezen en hen die beseffen dat een bibliotheek geen showcase is maar dient voor onderzoek. Vanuit dat oogpunt bezien zijn de ongelezen boeken misschien nog wel waardevoller dan de reeds gelezen. Immers zij bevatten de kennis die jij nog moet zien te verwerven. Eco noemde deze verzameling van nog te lezen boeken de ‘anti-bibliotheek’.

Mijn eigen bibliotheek omvat rond de duizend exemplaren. Ik schat dat een kwart non-fictie is, waarbij geschiedkundige boeken in de meerderheid zijn. Fictie is netjes verdeeld tussen Nederlands- en Engelstalige literatuur. En daarnast een heel klein beetje science-fiction, thrillers en fantasy. Hoeveel ik ervan gelezen heb?

Hangt af van de definitie.

… I do believe reading is an active skill, an art even, certainly not a question of passive absorption.

Niet mijn woorden, maar die van Tim Parks in zijn artikel How I Read voor The New York Review of Books. Het is een vervolg op A Weapon for Readers waarin Parks pleit voor het gebruik van een pen tijdens het lezen. In zijn ogen kijken we als lezer teveel op naar schrijvers en het gedrukte woord. We zijn niet kritisch genoeg en laten ons in het slechtste geval manipuleren.

We have too much respect for the printed word, too little awareness of the power words hold over us. We allow worlds to be conjured up for us with very little concern for the implications. We overlook glaring incongruities. We are suckers for alliteration, assonance, and rhythm. We rejoice over stories, whether fiction or “documentary,” whose outcomes are flagrantly manipulative, self-serving, or both.

Kijk ik naar mezelf dan moet ik bekennen dat veel van wat ik gelezen heb, ik dat niet op de actieve wijze heb gedaan zoals Tim Parks dat zo graag ziet. In de meeste gevallen heb ik me laten meevoeren (inpakken?) door de vertelkunst van de schrijvers die ik bewonder. Ik vind het heerlijk om verloren te raken in hun werelden die soms zo ver weg en andere keren erg dichtbij die van mij staan. Zelfs veel studieboeken heb ik op die manier gelezen. Geschiedenis leent zich daar dan ook meer voor dan menig ander onderwerp. In die zin was ik niet altijd een goede student. Vaak was ik meer onder de indruk van de belezenheid van de auteur dan dat ik oog had voor de logische onderbouwing van zijn betoog.

Lezen als een vorm van ontsnapping. Of hoort daar een vraagteken achter?

Hoe dan ook. Ik voel me aangesproken door de twee artikelen van Tim Parks. Nu ik een vol jaar bezig ben geweest met iedere maand twee boeken te bespreken voor Een perfecte dag voor literatuur, betrap ik mezelf erop dat ik steeds vaker met een pen in de hand zit te lezen. En aantekeningen zit te maken. In een notitieboekje. Of in de marges van het boek.

Opnieuw Tim Parks:

The mere fact of holding the hand poised for action changes our attitude to the text. We are no longer passive consumers of a monologue but active participants in a dialogue. Students would report that their reading slowed down when they had a pen in their hand, but at the same time the text became more dense, more interesting, if only because a certain pleasure could now be taken in their own response to the writing when they didn’t feel it was up to scratch, or worthy only of being scratched.

Wanneer ik nu opnieuw mijn bibliotheek in ogenschouw neem, dan zie ik veel, heel veel boeken die nog niet actief gelezen zijn. Ik heb plots een mega-grote anti-bibliotheek. Voor hetzelfde geld. Heb ik zomaar een flinke waardevermeerdering in de schoot geworpen gekregen. Soort van eindejaarsbonus.

Maar wat betekent het voor mijn leesambitie tijdens de kerstdagen? Misschien dat ik mijn voornemen om er drie te gaan lezen beter kan bijstellen naar twee stuks. Tenslotte moet ik wel reëel blijven. Actief lezen kost meer tijd.

Vooral ook omdat ik meer te weten wil komen over het leesprocess zelf. Hoe gaat dat eigenlijk in zijn werking? Wat gebeurt er wanneer we lezen?

Nog één keertje Tim Parks:

… if reading is a skill, there must be techniques and tools that everyone can use or try, even if we use them differently.

Over lezen als vaardigheid en de technieken en instrumenten die we daarbij kunnen gebruiken weet ik eigenlijk te weinig. Ik besef nu dat ik me altijd veel meer heb beziggehouden met boeken en schrijven dan met de kunst van het lezen op zich. Het lijkt me een geschikt onderwerp voor mijn 30 days challenge. Eens zien of en hoe dit mijn leven kan veranderen wanneer ik me er verder in ga verdiepen.

[Read in English]

~ ~ ~

What do I know about reading?

Somewhere I read the lament, ‘and then I also have to read numerous books’. This to indicate that the Christmas holidays, while welcome, are much too short to get everything done we have postponed to the end of the year. Just a matter of making a realistic list. I myself have also a pile of  unread books waiting for me, but I have selected only three which I want to read the next few days. The rest will follow when time comes.

Somewhere else I read that Umberto Eco owns a gigantic library which holds more than 30,000 titles. It seems that he divides the people who visit him into those asking how many books he has read and those who realize a library is not a showcase but intended for research. From this point of view the unread books are perhaps even more valuable than the already read. After all, they contain the knowledge you need to acquire. Eco called this collection of still to read books the ‘anti-library’.

My own library includes around one thousand titles. I estimate that a quarter is non-fiction, of which historical books are in the majority. Fiction is neatly divided between Dutch and English literature. Next to that there is a little bit of science fiction, thrillers and fantasy. How may have I read?

Depends on the definition you use.

… I do believe reading is an active skill, an art even, certainly not a question of passive absorption.

Not my words, but those of Tim Parks in his article How I Read for The New York Review of Books. It is a sequel to A Weapon for Readers in which Parks advocates the use of a pen while reading. In his eyes we as readers look up too much to writers and the printed word. We are not critical enough and don’t notice that we are manipulated sometimes.

We have too much respect for the printed word, too little awareness of the power words hold over us. We allow worlds to be conjured up for us with very little concern for the implications. We overlook glaring incongruities. We are suckers for alliteration, assonance, and rhythm. We rejoice over stories, whether fiction or “documentary,” whose outcomes are flagrantly manipulative, self-serving, or both.

When I look at myself I must confess that much of what I’ve read, I didn’t do it in the active mode as Tim Parks wants me to. In most cases, I let myself be carried away by the narrative of the writers I admire. I love to get lost in their worlds. Even many textbooks I’ve read that way. The study of history lends itself more for storytelling than any other scientific topic. In that sense I was not always a good student. Often I was more impressed by the author’s erudition than that I had an eye for the logical foundation of his arguments.

Reading as a form of escape. Or does it need a question mark at the end?

Whatever. I feel attracted by the two articles by Tim Parks. Now that it’s been a full year that I review every month two books for A perfect day for literature, I find myself more and more reading with a pen in hand. And making noting. In a notebook. Or in the margins of the book itself.

Again Tim Parks:

The mere fact of holding the hand poised for action changes our attitude to the text. We are no longer passive consumers of a monologue but active participants in a dialogue. Students would report that their reading slowed down when they had a pen in their hand, but at the same time the text became more dense, more interesting, if only because a certain pleasure could now be taken in their own response to the writing when they didn’t feel it was up to scratch, or worthy only of being scratched.

When I again take into consideration my library, I see many, many books that I have not read in an active way. I suddenly own a mega large anti-library. For the same money. As a kind of year-end bonus.

But what does it mean for my reading ambition during the Christmas season? Maybe my intention to read three book can better be adjusted back to two pieces. As said, you have to be realistic. Active reading takes more time.

Also because I want to learn more about the reading process itself. How does it actually works? What happens when we read?

One more time Tim Parks:

… if reading is a skill, there must be techniques and tools that everyone can use or try, even if we use them differently.

About reading as a skill and the techniques and tools that we can use I know not much. I now realize that I was always much more concerned with books and writing than with the art of reading itself. It seems an appropriate topic for my 30 days challenge. Let’s see whether and how it will change my life when I’m going to investigate it in more depth.

[Lees in het Nederlands]

~ ~ ~