Vrijdag, 16 november 2018

Een donatie. Ik moet dan denken aan een gift aan een goed doel. Geld. Maar je kunt ook je lichaam doneren. Aan de wetenschap. Het is iets wat ik serieus overweeg. Zonder er verder veel over na te denken wat dan betekent. Dat ze in me gaan snijden later. Wanneer ik eenmaal overleden ben. Zodat men er wijzer van wordt. Of medische studenten de kans geeft om ervaring op te doen. Zoiets. Voorlopig is het een ver van mijn doodsbed idee.

Deze avond kwam het plots iets dichterbij toen ik een aflevering van Focus wetenschap bekeek. Er werd een bezoek gebracht aan Brooks County waar veel migranten die illegaal de grens oversteken door honger en uitputting komen te overlijden. Veelal hebben ze geen identiteitspapieren bij zich zodat het een welhaast onmogelijke klus is om vast te stellen wie ze zijn en hun naaste familie te informeren. Er wordt daarom veel onderzoek gedaan hoe die identificatie alsnog kan plaatsvinden ondanks de weinige aanwijzingen.

Eén van die onderzoeken richt zich op de manier hoe lichamen ontbinden in de open natuur omdat dit kan verduidelijken hoe iemand is komen te overlijden en hoe lang de persoon daar gelegen heeft. Er is daarvoor een gebied vrijgemaakt waar de lichamen van overleden mensen daadwerkelijk in de open lucht worden neergelegd om te bestuderen wat vervolgens gaat gebeuren met dit lichaam wanneer de natuur en de aanwezige dieren vrij spel hebben.

Het vormde een bizarre aanblik. Ik had in eerste instantie moeite om voorbij te gaan aan het beeld dat het hier een soort van slachtpartij onder weerloze slachtoffers betrof. Maar dit waren mensen die om uiteen lopende redenen hadden aangeven dat hun lichaam hiervoor na hun overlijden gebruikt mocht worden. En de informatie die hierdoor kan worden verzameld is van onschatbare waarde om de ongeïdentifceerde lichamen alsnog een naam te geven. ‘From numbers to names’, zoals een van de wetenschappers aangaf.

De dodenvallei van Texas

In het Texaanse Brooks County, ‘Death Valley’, worden ongeïdentificeerde lichamen gevonden van migranten die de grens probeerden over te steken. Onderzoekers aan de Texas State University proberen de lichamen alsnog een naam te geven. Diederik Jekel bezoekt een openluchtlab waar wetenschappers lichamen laten ontbinden. Ook spreekt hij met de Nederlandse archeoloog Hayley Mickleburgh, die onderzoekt hoe een skelet na de dood in elkaar zakt.

Je kunt hier de aflevering van Focus bekijken.

~ ~ ~

Mijn buurman

Nadat we zo’n zeven uur grotendeels zwijgzaam naast elkaar hadden gezeten raakten we kort voor de landing alsnog aan de praat. Mijn tijdelijke buurman in het vliegtuig wees me aan waar hij daar beneden ergens woonde. Vorige week was hij vertrokken voor een congres in Amsterdam.

Met de bedoeling om gedurende het weekend wat bezienswaardigheden te bezoeken. Maar zijn plan was in duigen gevallen. Veel vluchten waren geannuleerd vanwege het slechte weer. Sneeuwstormen en extreem lage temperaturen teisterden het midden van de VS. Gelukkig zag het er nu een stuk beter uit. Weliswaar lagen de meren er nog bevroren bij, de sneeuw leek in ieder geval verdwenen.

Ik was op weg naar Boulder en zoals gewoonlijk ging de route via Minneapolis. Na een tussenstop van twee uurtjes zou ik verder vliegen naar Denver alwaar een collega die via een andere maatschappij was gereisd mij zou opwachten om het laatste gedeelte van de route samen in een auto af te leggen. Maar het was nog niet zover. Eerst die tussenlanding. De man naast mij vertelde verder over zijn verblijf in Nederland. Eigenlijk had hij naar Tilburg willen gaan. Daar was hij eerder geweest toen zijn zoon er aan de universiteit was gepromoveerd. Vanwege het oponthoud bij zijn vertrek was het er niet van gekomen. Zijn uitstapjes waren beperkt gebleven tot de binnenstad van Amsterdam.

En weet je wie hij daar was tegengekomen? Hij keek me verwachtingsvol aan. Maar ik had geen idee. Zijn zoon misschien? Nee, die woonde alweer jaren in Canada. Ik gaf het op. Inmiddels waren we geland. Op volle snelheid reed het vliegtuig richting de terminal. Daar gingen de lampjes van de veiligheidsriem uit en stond iedereen meteen op om zijn of haar spullen uit het bagagerek te halen. Mijn buurman wees naar een man in witte blouse enkele rijen voor ons. Mijn buurman van twee huizen verderop, zo gaf hij aan. Die kwam ik tegen in Amsterdam. Wat een toeval, of niet dan?

We namen alvast afscheid van elkaar terwijl we onze spullen bij elkaar zochten. Een jongeman die voor mij stond vroeg of ik voor Emerson werkte. Hij had een gedeelte van ons gesprek meegekregen dat over werk ging. Ik gaf aan dat het klopte. Nog meer toeval dan, zo vervolgde hij. Want hij bleek een collega van mij te zijn. Werkend voor een divisie waar ik verder niets mee van doen had, maar toch. De afgelopen week was hij in Rijswijk geweest. Bij ons Nederlandse verkoopkantoor.

Hoofdschuddend over zoveel toeval verlieten we het vliegtuig, ieder op weg naar een andere bestemming. Om elkaar ooit weer ergens tegen te komen. Zoveel was duidelijk.

~ ~ ~

Op en neer naar San Francisco zonder een centimeter te bewegen

“My grandfather says that’s what books are for,” Ashoke said, using the opportunity to open the volume in his hands. “To travel without moving an inch.”
[The Namesake – Jhumpa Lahiri]

Het tweede boek waarin ik dit jaar ben begonnen is Mr. Penumbra’s 24-hour bookstore, geschreven door Robin Sloan. In de eerste pagina’s van het verhaal lezen we hoe de hoofdpersoon Clay Jannon op zoek gaat naar een nieuwe baan nadat hij door de economische crisis werkloos is geworden. Een van de manieren is om te letten op bordjes met ‘Help Wanted’ tijdens zijn wandelingen door San Francisco. Hij stuit al snel op een boekwinkel die om personeel vraagt voor de late dienst. Aanvankelijk aarzelend besluit Clay toch naar binnen te gaan:

I pushed the bookstore’s glass door. It made a bell tinkle brightly up above, and I stepped slowly through. I did not realize at the time what an important threshold I had just crossed.
[p.7, Mr. Penumbra, Robin Sloan]

Het moment dat ik deze zinnen las stapte ik zelf over de drempel van City Lights Bookstore. San Francisco was de eindbestemming van de trip die we in 1993 door de Verenigde Staten ondernamen en die ons van Oost naar West bracht. We waren vele weken onderweg en ik was aardig door mijn leesvoorraad heen. Tijdens het laatste weekend voordat we per vliegtuig huiswaarts zouden keren leek het me dus een goed idee om in ieder geval enkele boekwinkels te bezoeken tijdens onze wandeltochten door het centrum om iets te kopen voor de lange vlucht terug die ons nog te wachten stond.

Nu is het niet zo dat er geen boekwinkels te vinden waren, maar de meesten konden me die dag niet te bekoren. Veel te groots opgezet, vaak erg gericht op bestellers en dan weinig ander gevarieerd aanbod of te veel gericht op een leespubliek waartoe ik me niet rekende. Ik had de hoop om eens lekker te kunnen grasduinen tussen allerlei exotische boeken en onbekende schrijvers al bijna opgegeven toen mijn oog viel op ‘City Lights Booksellers & Publishers‘. Terwijl de rest van het reisgezelschap eerst nog naar wat andere winkels wilde gaan, stak ik de weg over.
I pushed the bookstore’s glass door. It made a bell tinkle brightly up above, and I stepped slowly through. I did not realize at the time what an important threshold I had just crossed.

Ik moet de tijd compleet vergeten zijn. Verdiept in een of ander reisboek over een tocht door Zuid-Amerika werd er plots op mijn schouder getikt. Het was mijn toenmalige vriendin die wilde weten of ik iets gevonden had. En of ik iets gevonden had! De boekwinkel waarnaar ik altijd op zoek was geweest!

Vanaf het moment dat ik over de drempel stapte waande ik me in een compleet nieuwe wereld waar ik me tegelijkertijd helemaal thuis voelde. Alles ademde lezen uit. De inrichting, de boeken, het personeel, de geur, het licht, het geluid. Het sprak me allemaal aan. Ik wilde er maar één ding doen: een willekeurig boek pakken (want alle boeken waren goed) en ergens gaan zitten om het te lezen. Daarna een volgend boek pakken om het te lezen. Ad infinitum. Nooit wilde ik meer weg tussen al die boeken die vroegen om door mij gelezen te worden.

Er wordt geroepen. Van beneden klinkt de vraag of ik kom eten. Ik kijk op vanuit het boek dat ik aan het lezen was en dat me ongemerkt naar San Francisco in het jaar 1993 had gebracht.

Natuurlijk had die tik op mijn schouder het effect dat de betovering verbroken was. Met spijt nam ik afscheid van een stapel boeken die ik al gaandeweg tijdens mijn rondgang langs de vele schappen verzameld had en verliet uiteindelijk de zaak met enkele boeken die nog steeds een speciaal plekje in mijn boekenkast hebben. Het tasje met logo waarin ik de boeken kon meenemen heb ik ingelijst. Nu zit het al in een van de verhuisdozen, maar in ons nieuwe huis krijgt het opnieuw een prominente plaats in mijn studeerkamer.

~ ~ ~

Stilstand

Tijdens mijn verblijf in de VS reed ik elke ochtend met een collega mee van het hotel naar kantoor. En ‘s avonds weer terug naar het hotel. Als we niet met het projectteam uit gingen eten verdween ze voor de rest van de avond in haar hotelkamer. Pas na het ontbijt de volgende ochtend zag ik haar weer.

In de auto bekende ze dat ze een hekel had aan reizen. Haar man was geregeld weg voor zaken. Zijzelf zelden of nooit. Het voelde alsof haar leven tijdelijk was stilgezet. Alles wat ze in zo’n week deed was overdag en ‘s avonds werken. En slapen.

Ik heb niet echt een hekel aan reizen voor het werk. Zolang het maar niet te vaak is. Want ik herken dat gevoel van stilstand zoals die collega het beschreef ook wel gedeeltelijk. Niet dat ik mezelf opsluit op mijn hotelkamer. Ik probeer zoveel mogelijk te genieten van de tijd dat ik in het buitenland verblijf. Maar het is wel een vorm van compensatie. Een tegemoetkoming voor de dingen die je normaal gesproken zou hebben gedaan wanneer je thuis was geweest.

Een weekje weg is een onderbreking van de normale routine. Hoe je het ook wendt of keert. En ik ben altijd weer blij wanneer ik thuis ben. Hoezo, een gewoontedier?

IMG_0724

~ ~ ~

Run in the USA

Morgen ren ik de Bridge to Bridge in Arnhem. De volle 16 kilometers. Hoewel ik me pas laat had ingeschreven dacht ik voldoende getraind te zijn om deze afstand wel aan te kunnen. Tot aan mijn trip naar de VS twijfelde ik daar niet echt aan.

Eenmaal in de VS gearriveerd ging ik daar al snel anders over denken. Wat was het heet en benauwd. Iedere dag ruim 30 graden tot laat in de avond. En dat terwijl ik een bloedhekel heb aan rennen bij warm weer. Ik zag daarom als een berg op tegen de eerste keer dat ik mijn hardloopschoenen aan zou moeten trekken voor mijn verplichte trainingsrondje. Alleen al de gedachte om in die oven te gaan rennen was genoeg om de poging met een dag uit te schuiven. Het tijdsverschil van zeven uur plus de daarbij behorende jetlag hielp ook niet echt mee.

Op woensdagavond, na een vroeg diner inclusief enkele biertjes, besloot ik het er toch op te gaan wagen. Het was acht uur en het begon te schemeren. Nadat ik een kilometer ofzo gelopen had kwam ik in een woonwijk terecht waar ik eerder die week een fikse wandeling had gemaakt. Overal stonden sproeiers in de tuin het gazon uitgebreid van water te voorzien. Daarbij werden ook het trottoir en eventuele voorbijgangers niet ontzien. Continue gehuld in een verfrissende nevel lukte het me zo om een nette 8 kilometer te voltooien.

Helaas ging ik vrijdagavond te vroeg van start. De sproeiers stonden niet aan. Na 5 kilometer was ik volledig uitgeput en moest toen nog terug. Terug in het hotel heb ik ruim een uur in het zwembad gelegen.

Deze week had ik het idee dat door die dramatische loop op vrijdag zo’n beetje al mijn trainingsarbeid verknald had. Ik voelde me continu moe en lusteloos. Of het de jetlag was of dat ik toch iets onder de leden had was me niet duidelijk. Wel dat ik totaal geen puf had om gaan te lopen. Pas op vrijdag kreeg ik weer zin om te gaan. En het viel me alleszins mee.
Dus wie weet gaat het me toch lukken op zondag. Wish me luck!

PS: Ook bij normale weersomstandigheden valt het niet mee om in de VS een stukje te gaan rennen. Of wandelen. De trottoirs cq fietspaden hebben de neiging om er op de meest onmogelijke plaatsen zomaar mee op te houden. Alles moet wijken voor de gemotoriseerde vervoersmiddelen waar men stad en land mee doorkruist.

IMG_0745_Fotor

~ ~ ~

Kedeng kedeng

Over een groot gedeelte van de route die we vandaag langs de Mississippi reden was ook een spoorlijn. Veel treinen zie je niet in de VS, maar kom je er eentje tegen dan is dat in veel van de gevallen een kilometerlang geval. En wat doe je dan? Dan maak je een filmpje vanuit de auto en heb je vervolgens de pech dat de spoorlijn achter de bomen uit het zicht verdwijnt en je nog niet kunt aantonen hoe lang die treinen dus zijn.